Blog

Hype je focus

Chris Slappendel
Chris Slappendel

Ik ben gek op sport. Vroeger heb ik zelf op een aardig niveau kunnen voetballen en wat sport me heeft opgeleverd, is niet te beschrijven. Dat ga ik niet eens proberen! Toch wil ik er een dingetje uitpikken. Iets dat me altijd erg heeft geholpen, zowel zakelijk als privé.

Het was in de zomer van 1977. Ergens in de bossen nabij het Brabantse Oosterhout waren zo’n 45 kinderen ‘op kamp’. Voetbalkamp. Voor mij was dit het hoogtepunt van het jaar waar ik zo’n beetje het hele jaar naar uitkeek. Ik was nooit zo getalenteerd en dat was op dit voetbalkamp ook helemaal niet nodig. Er werd van alles georganiseerd in de vorm van een competitie. Van hinkelen tot tafeltennis, van fietsen tot korfbal. Allemaal eenvoudige spelvormen die ik stuk voor stuk leuk vond.

Ik moet bekennen dat ik vroeger (erg) competitief van aard ben geweest. Eigenlijk ben ik dat nog steeds maar ik heb er beter mee om leren gaan. Ook tijdens dat voetbalkamp moest en zou ik winnen. En dat deed ik ook regelmatig. Toch won ik nooit het eindklassement en daar was een reden voor. Ik was niet goed in voetbal en juist in de voetbalspelletjes verspeelde ik veel punten. En de meeste punten verspeelde ik in het onderdeel hooghouden, waarbij je met je hoofd, voeten en benen een bal zo lang mogelijk in de lucht diende te houden en zoveel mogelijk keren moest proberen te raken voordat de bal de grond raakte. En mij lukte dat maar een paar keer. Nice try, but no score…

Iemand die ik toen niet zo goed kende maar waar ik in mijn latere voetballeven nog vaak mee heb mogen voetballen, kon toen al wel goed voetballen. En wat tijdens dat kamp nog belangrijker was: hij kon uitstekend hooghouden! En omdat we in de rest van de spelletjes erg aan elkaar gewaagd waren, won hij dus de competitie. Omdat hij ook het hooghouden won.

Ik liet het er niet bij zitten. Toen we eenmaal terug van kamp waren, begon ik te oefenen. Een jaar lang heb ik iedere dag hoog gehouden. En wat worstelde ik in het begin! Hoe ik het ook probeerde, ik haalde de tien keer niet. Mijn motoriek leek gewoon niet in staat om het voor elkaar te krijgen. Ik snapte gewoon niet hoe ik moest verbeteren.

Totdat ik het met twee benen begon te proberen, dus ook met mijn linkerbeen erbij. Op een of andere manier hielp dat want mijn gepruts met mijn rechterbeen leek ineens in combinatie met mijn linkerbeen niet meer op gepruts. Ik haalde op een gegeven moment de tien keer hooghouden en ik schreeuwde het uit van blijdschap! Wow, wat een moment was dat! Maar ik ging door, want ik wist dat met tien keer een bal hooghouden ik op kamp de competitie niet zou winnen.

De zomer ging voorbij, net als de herfst en de winter. En ik, ik was iedere dag buiten te vinden. En als ik om wat voor reden dan ook niet naar buiten mocht, oefende ik bij ons thuis in de hal of in mijn kleine slaapkamer. Ik denk dat mijn moeder en de buren stapeldol van me zijn geworden.

Natuurlijk won ik dat jaar de competitie van het voetbalkamp. Nog belangrijker, het gaf me een boost in mijn ontwikkeling. Onbewust leerde ik dat als ik me ergens volledig op concentreerde er ook vooruitgang kwam. En dat door een tijdelijke hyper-focus op een bal hoog houden.

Achteraf kan je zeggen dat ik een jaar van mijn leven heb weggegooid want met hooghouden komt er geen brood op de plank. En mijn kwaliteiten als voetballer werden nooit groot genoeg om met voetbal mijn brood te verdienen. Toch heb ik door dat ene jaar alleen maar aandacht te hebben voor één technisch aspect enorm veel baat gehad en daardoor op latere leeftijd in mijn sport veel mooie dingen meegemaakt. Met wedstrijden tegen ADO Den Haag, Excelsior, Sparta en Feyenoord. Mijn hoogtepunt was dat ik in 1987 heb meegedaan in een oefenwedstrijd tegen het grote Oranje, dat aan het voorbereiden was om Europees Kampioen in 1988 te worden en waarbij ik zowel Ronald Koeman, Ruud Gullit als Frank Rijkaard een panna heb gegeven. Ook al verdien je daar geen enkele boterham mee, het voelde toen wel goed.

Vaktechnisch heb ik trouwens op dit moment ook veel baat bij wat ik toen heb geleerd. Door een hyperfocus aan te brengen, zorg je ervoor dat er échte aandacht komt op een aspect dat verandering nodig heeft. Ik zie dat terug in de ontwikkeling van mensen zelf, zoals ik dat ooit ook als 10-jarig jochie heb mee gemaakt. Maar ik zie het ook terug in de ontwikkeling van bedrijven, bedrijfsonderdelen of van teams. Hoe meer mensen in staat zijn om focus aan te brengen op iets dat die aandacht ook echt nodig heeft, hoe makkelijker het is om de gewenste verandering ook daadwerkelijk gerealiseerd te krijgen.

Daarom zeg ik: hype je focus!

Proost! Op het leven......

Nand de Galan
Nand de Galan

Nog een paar dagen en het jaar 2016 is officieel een herinnering. Dan sluiten we af en starten opnieuw op. Vanuit zakelijk oogpunt ben ik ieder jaar weer blij als ik een paar dagen voor 25 december de deur van mijn kantoor dicht trek en het jaar dan al kan afsluiten. Het bizarre fenomeen doet zich in december namelijk voor, dat het lijkt alsof er nooit een 1 januari gaat komen. Iedereen is druk, of beter gezegd, doet vooral heel druk: 'dit' moet af, 'zus' dient gedaan te worden en 'zo' wordt er snel tussendoor gedrukt. Hectiek alom, het jaar wordt letterlijk afgesloten, alsof er op 1 januari plots een compleet nieuwe werkelijkheid is.

Niets is minder waar, immers, na het feestgedruis op 31 december, gaat het werkzame leven gewoon weer verder. We pakken op, waar we voor de feestdagen mee gestopt zijn.Toch laat ik me jaarlijks weer meeslepen in de december waanzin. Gevolg, ik ben bekaf en heb een paar dagen nodig om tot mezelf te komen. Vanuit de hardloopstand, naar plotse stilstand. Dit schrijvend, besef ik dat ik mijn eerste voornemen voor 2017 te pakken heb. Mooi makkelijk wel, een voornemen waarmee ik pas over 11 maanden aan de slag dien te gaan...

Terugkijken op een jaar is doorgaans niet geheel mijn favoriete bezigheid. Ik onthoud uiteraard de mooie anekdotes, koester de warme herinneringen, daar heb ik het graag en met veel plezier over. Alle wat zwaarder beladen emoties, heb ik niet altijd behoefte aan om deze weer op te rakelen. Soms zijn er echter momenten waar ook ik niet ontkom aan een forse kijk terug in de tijd.

Tijdens een eindejaarborrel met een paar van mijn beste vrienden, kwamen we op die onvermijdelijke terugblik. Van wielren successen, voetbalhoogtepunten (waren die er überhaupt ?), tot mooie vakantiemomenten, we hebben hard gelachen en herleefden het ter plekke.

"En op je werk, Nand?, hoe was daar je jaar?". Een voor mij wat onverwachte vraag. Een stilte volgde en nieuwsgierige blikken vielen mij ten deel.

Ik moest een flinke teug van mijn Belgisch speciaalbier nemen alvorens ik mijn antwoord goed kon formuleren. Ik vind het namelijk bijzonder moeilijk te beschrijven hoe ik 2016 als werkjaar heb ervaren, omdat ik bij tijd en wijle tussen allerlei emoties heen en weer geslingerd ben.

Mijn afdeling is in volle koers aan het bewegen. We pionieren richting een centralisatie, we maken keuzes die ingrijpend zijn, zowel voor alle betrokkenen, als voor het bedrijf. Ik geniet daarbij van de mooie successen, bijvoorbeeld van mensen die zelfstandig hun eigen geluid volgen en keuzes maken. Groeien, ontwikkelen en geloof houden. Koersvast.

Ik zie echter ook de andere kant en die voelt wezenlijk anders. Verdriet, pijn, teleurstelling. Door de ingezette verandering van onze afdeling, voelt het voor sommigen alsof het fundament van het leven weg geslagen is. Het doet me denken aan een citaat van de Zwitserse psychiater Jung: "Er is geen verandering van duisternis naar licht, van stilstand naar beweging, zonder emotie."

Tussen al die emoties probeer ik te laveren, in mijn functie, in mijn rol, als collega en leidinggevende, maar ook als vader, partner en vriend. Ik verander mee en doorleef mijn emoties, hoe mooi of angstig ze ook kunnen zijn. Daarbij mijzelf beseffende dat alles wat ik hoor, zie en ervaar ook mij als persoon verder vormt en me helpt in het maken van mijn eigen keuzes, binnen de veranderingen die ik beleef en doormaak.

Mijn vrienden bleven stil en leken in gedachten. Tot een van hem zijn glas pakte en zei, "proost, op het leven, want wat er ook gebeurd, het blijft onverminderd mooi om te genieten van alle kleine dingen". Hij had het niet mooier kunnen nuanceren.

Proost, op een gezond, positief en gelukkig 2017!

Liefde

Chris Slappendel
Chris Slappendel

Er is geen onderwerp in de wereld dat vaker is bewierookt dan liefde.

‘love is all there is’

‘love is all’

‘I just called to say I love you’

‘love is all around’

Toen ik jong was, was er een zangeres waar ik gek op was. Anita Baker zong met een prachtige stem over alles wat maar met liefde te maken had en grossierde daarmee in Grammy Awards, de belangrijkste muziekonderscheidingen ter wereld. Maar er was eigenlijk maar één reden waarom ik haar zo goed vond: ik was verliefd en haar teksten (‘caught up in the rapture of love’, ‘sweet love’, ‘giving you the best that I got’) deden me verlangen naar mijn toenmalige vriendin.

Vaak gaan teksten over liefde over de genegenheid die mensen voor andere mensen hebben. Of voor dieren. Teksten als ‘ik hou van Piet’ of ‘ik ben gek op m’n hond’ zie je meer dan regelmatig op social media. En in reclames zie je die liefdesuitingen ook veel terugkomen omdat ‘genegenheid’ aanstekelijk werkt: reclames met verliefde koppeltjes, een moeder die haar baby in haar handen houdt of kittens die door moeder-kat worden opgepakt zijn er in talloze vormen en maten.

Toch gaat het maar weinig over het ‘concept’ liefde, waarvan Wikipedia zegt dat het een diepe acceptatie van en genegenheid voor, welgezindheid tot of toewijding voor een ander of jezelf is, maar ook voor een dier, zaak of voorwerp. Liefde kan opoffering en ‘geven’ betekenen: hoe meer liefde, hoe meer men opoffert en geeft. Liefde kan onvoorwaardelijk zijn waarbij de ander kan doen en laten wat hij of zij wil, de persoon die liefhebt zal blijven liefhebben, ook als deze persoon er zelf de dupe van is. Liefde kan ook aantrekking betekenen en zelfs zover gaan dat mensen niet kunnen leven zonder die ander in hun leven. En liefde kan energie betekenen, want liefde geeft vleugels.

Verliefdheid is overigens iets anders. Inmiddels weten we dat er bij verliefdheid een chemische reactie in de hersenen plaats vindt. Maar veel meer dan dat is (helaas of gelukkig?) nog niet bekend.

In business wordt maar weinig over liefde gesproken. En dat is gek. Zelf doe ik dat ook niet. En dat terwijl ik sinds lange tijd weer diepe liefde voel voor een vrouw. Toch zeg ik dat niet of nauwelijks als ik met zakelijke relaties praat. En dat is vreemd omdat het me energie geeft als ik het wel doe. Maar het lijkt alsof er een soort van taboe op heerst. Ga maar na: hoe vaak heb je zelf in zakelijke omgevingen gezegd dat je van je partner houdt?

Ik begon het taboe drie jaar geleden op te merken. Mijn liefde voor tijgers (waar ik al vanaf mijn jeugd gek op ben) leidde ertoe dat ik mezelf een jaar aan het zakelijke wereldje onttrok. Na zes maanden voorbereiden vertrok ik in mei 2013 naar Azië om aandacht te vragen voor het lot van tijgers (die bijna zijn uitgestorven). En ofschoon ik het zelf ook bijzonder vond, heb ik destijds nooit nagedacht over de mogelijke zakelijke consequenties. Want die bleken er na mijn terugkomst wel degelijk te zijn. In positieve zin (ik kreeg makkelijker opdrachten) maar zeker ook in negatieve zin. Sommige zakenrelaties (waar ik goed mee omging) heb ik nooit meer gezien of gesproken, ondanks pogingen mijnerzijds. Waarschijnlijk wilden ze niet geassocieerd worden met iemand die zo openlijk zijn liefde voor een wild dier verklaarde. Of misschien waren ze wel zo jaloers dat ze het niet meer konden aanzien en daarom de relatie (eenzijdig) verbroken?

Destijds zat ik er wel mee maar ik heb ermee leren leven. Ik heb geleerd dat ‘liefde’ ook inhoudt dat je andere dingen moet opofferen. In mijn geval is het moeilijk omdat mijn nieuwe vriendin 12.000 kilometer verderop woont. En moeilijk omdat tijgers dagelijks worden afgeslacht.

En toch blijft het een wonderlijk en mooi gevoel.

Hoe moeilijk dat ook is. Maar ik heb het er graag voor over. Of dat nou zakelijk of privé is.

Want liefde voor mij is iets heerlijks, ook al doet het soms pijn.

Zomers geluk......

Nand de Galan
Nand de Galan
Ver weg hoorde ik een intens gezoem. Langzaam opende ik mijn ogen en het duurde even voordat ik besefte waar ik was. Het gezoem werd luider en klonk aanzienlijk dichterbij. Ik keek wat rond en ontwaarde vlak boven mij een groot soort wesp. Een Hoornaar. Zo'n vliegend object wat niet direct uitnodigt om door geprikt te worden. Het beest schoot kriskras door de kamer en leek niet met de gedachte te spelen zich snel weg te laten jagen. Meteen was ik klaar wakker en had nog maar een gedachte, dit gevaarte de ruimte uit zien te krijgen en wel voordat de Hoornaar in zijn dadendrang de intense behoefte voelde opkomen om mij of mijn vrouw, nog in diepe slaap, te gaan verblijden met een prik. Dat leek me geen best begin van de dag. Ik pakte een wielrentijdschrift van mijn nachtkastje en wist de mega wesp met vriendelijke doch zeer dringende wapper bewegingen richting de gordijnen te bewegen. Toen ik deze opende, kennelijk met meer lawaai dan de bedoeling was, want ook mijn vrouw was ineens klaar wakker, keek ik tegen een strak blauwe lucht aan met een overweldigend uitzicht.

Het beestje voelde zich buiten kennelijk toch meer op zijn gemak dan bij ons in de warme kamer en vertrok de wijde wereld in. Zonder ook maar een moment de indruk te wekken mij te willen aanvallen.
Mij achterlatend met een intens gevoel van geluk op het balkon van ons huis ergens in Zuid Frankrijk. De lucht was vele malen blauwer en strakker dan thuis, de heuvels verderop met daarachter ergens de zee, daarover ontstond overigens wat discussie, mijn richtingsgevoel is doorgaans vrij onderontwikkeld, waardoor mijn mede vakantiegangers weigerden te geloven dat de zee echt achter de heuvels lag. Ik had overigens zowaar gelijk, maar dat terzijde.
Onze eerste ochtend in een fenomenaal vakantiehuis. Ik keek uit over de tuin, ons zwembad en in de verte blafte een hond. Zet ergens ver weg een blaffende hond neer en ik associeer dat met zomers geluk. Mijn eigen hond daargelaten, want het is vrij irritant als die weer eens tekeer gaat tegen de straatkat, die iedere dag meent onze tuin in te moeten wandelen. Verder enkel het geluid van zoemende insecten, die allemaal net wat groter en forser zijn dan in Nederland.

Onze zoveelste keer in Frankrijk. Samen met onze kinderen en beste vrienden en hun gezin. Met ons achten delen we al jaren een vakantiehuis, op 1 uitzondering na, altijd in Frankrijk. De eerste keer nog met een baby, inmiddels met een tiener. En altijd fantastisch. We ontbijten samen, genieten samen, borrelen samen, bbq-en samen, gaan uit eten en als de kinderen op bed liggen na een zalige dag buiten spelen en zwemmen, zitten we nog uren samen onder de veranda, te praten over echt alles, lachen en ouwehoeren en dat al die jaren zonder een onvertogen woord. Wij beseffen allemaal dat het een unieke situatie is, die we ook allemaal koesteren. Intens koesteren. We leven echt als God in Frankrijk , vieren onze vriendschap en dat is een woord fantastisch.

Het relaxte en verfijnde Franse leven, de vriendelijke Fransen die we ieder jaar weer overal tegenkomen, de prachtige vergezichten, het doet mij altijd weer volledig resetten. Het werk was ook nu weer zover weg, dat ik op de terugweg naar huis enkele namen van samenwerkingspartners niet meer kon achterhalen. Op dag 1 na mijn vakantie, stonden deze overigens weer meer dan scherp op mijn netvlies...

Na het genieten komt echter ook altijd weer de intense kater. Vroeger als kind kon ik al moeilijk opstarten als ik een heerlijke vakantie had gehad, naarmate ik ouder word, lijkt het problematische vormen aan te nemen.
De kinderen naar school (brok in mijn keel, ik mis ze), mijn vrouw naar het werk (brok ik mijn keel, ik mis haar), onze vrienden weer in hun eigen huis, dichtbij, maar toch zo ver weg (brok ik mijn keel, ik mis ze), onze hond blaffend naar een kat (brok ik mijn keel, ik mis de Franse honden, die ver weg blaffen naar iets waarvan ik geen idee heb), de eerste stappen in ons kantoor (brok ik mijn keel, ik wil omdraaien en linea recta terug naar de Franse heerlijkheid).

Ergens las ik dat het de kunst is om stukjes vakantie in de weken erna nog klein na te bootsen. Dat is mij niet gelukt. De avonden in Nederland, waren warm, maar toch net wat anders warm dan in het Zuiden, ik probeerde onze vakantie cocktail na te maken (Long Island Iced Tea, aanrader!), die was lekker, maar de setting onder de veranda, maakte de smaak toch wat intenser. Het lezen van een boek, de rust heb ik ineens totaal niet meer. Ik moet van alles regelen voor de start van het nieuwe voetbalseizoen, de werktelefoon ringelt weer doorlopend. Er moet weer zoveel. De innerlijke rust lijkt soms ver te zoeken. In Frankrijk ging het vanzelf, nu moet ik er moeite voor doen.

Ik besloot te schrijven. Tijdens het tikken van deze tekst herleefde ik de twee mooie weken. Alle beelden en goede momenten trokken als een diashow door mijn hoofd. Tegen mijn vrouw zei ik laatst, ik spaar herinneringen. Nog zo'n 320 dagen en we reizen weer af naar ons paradijs. 320 Dagen waarin de herinneringen en mooie momenten zich zullen opstapelen en genoeg gespreksstof opleveren voor weer een onvergetelijke tijd. Ik ben weer geland, kan er weer tegen aan, geniet weer van het leven hier en heb zin in alles wat er komen gaat.

Taal-enten

Verleden week was ik op pad om mij weer een dagje te gaan nestelen in de stoel met laptop. Onderweg naar de locatie waar mijn schrijver-de-schrijf dag plaats ging vinden zat ik een beetje te mijmeren over het schrijven.

Eigenlijk pas sinds verleden jaar schrijf ik bewust. Letters en dus woorden vloeien vanuit de vingers die over het toetsenbord razen (regelmatig hoor ik Tan, belachelijk zo snel als jij typt) richting het beeldscherm, dus in hoeverre is dat bewust? Tot die tijd schreef ik voornamelijk mails, appjes en sporadisch briefjes op de manier zoals iedereen dat doet. Dat wil zeggen dat dacht ik. Regelmatig kreeg ik wel terug, jeetje Tan wat een leuk mailtje. Het gebeurt me zelfs vaak dat ik door een reactie op een appje van mij, pas zelf ook zie dat mijn antwoord wel erg treffend of goed verwoord is. Omdat mijn schrijven vooral door mij zelf als “uhhh, gewoon” werd gezien en gevoeld, heb ik er nooit echt iets mee gedaan. Door de vele reacties begon er uiteindelijk wel wat te kriebelen en ben ik bij tijd en wijle het zelf ook gaan “zien”.

Toen ik dus verleden jaar werd gevraagd mee te schrijven met een schrijfwens van een vriendin en ik daar volledig JA tegen zei, is bij mij het gevoel voor letters meer gaan stromen. Zelf heb ik echt helemaal geen idee waar het vandaan komt. Als je gaat zitten en het vloeit binnen no time uit je vingers (uit je pen klinkt toch echt veel lekkerder, maar ja…. ) dan is dat dus blijkbaar toch echt wel iets.

Onderweg bedacht ik mij dat ik eigenlijk aan het Taal-enten ben als ik schrijf. Ik plak de letters en uiteindelijk de woorden aan elkaar en ben zelf vervolgens ook verbaasd wat er zo "achter elkaar geplakt" ontstaat. Soms prachtig, soms beetje bochtig of grappig. Maar wat uiteindelijk zo leuk is…. de bewondering en verwondering van iemand anders die het leest.

Mijn Taal-enten is dus blijkbaar een talent. Als je je talent(en) zelf uiteindelijk gaat zien en er volledig JA tegen zegt, zonder belemmeringen, dan krijgt jouw talent een podium en wordt het gezien. Eigenlijk een ontzettend leuk proces. Spannend ook, maar ach, wat is een leven zonder een beetje uitdaging.

Je snapt. Ik ben natuurlijk ook benieuwd naar jouw bij jezelf ontdekte talenten. Ennnnn luister je er naar??

Als toetje deel ik nog even mijn research. Leuk om soms eens de betekenis van woorden na te kijken, ook al zijn ze bekend. Mijn conclusie is dat het Taal-enten gewoon in de nieuwe dikke van Dalen mag wat mij betreft ;-)

Taal; Het begrip taal heeft in het algemeen betrekking op elke min of meer complexe vorm van communicatie in de vorm van tekens, die gezamenlijk een systeem vormen.

Enten; Planten kunnen vegetatief vermeerderd worden door entloten of enten. Hierbij wordt een deel van een plant (de ent) vastgemaakt op een deel van een andere plant (de onderstam). Vaak ter verbetering (veredeling) van de plant.

Talent; begaafdheid of talent, een aangeboren aanleg

Rechtvaardigheid

Chris Slappendel
Chris Slappendel

Drijfveren. Het woord komt in coachingsland veel voor. Wat beweegt een mens te doen wat hij doet? Weet je dat namelijk, dan is een coach in staat om energie op de juiste manier te laten stromen. Immers, alles wat in de weg staat van de drijfveer, levert negatieve energie op (stress) en als we dat voorkomen, houden we veel positieve energie over.

Voor mij, en ik denk dat dit voor veel andere mensen geldt, is het erg lastig om te benoemen wat mijn drijfveren nou precies zijn zijn. In 2012 besloot ik ‘ineens’ om een reis door Azië te maken om aandacht te vragen voor mijn favoriete dier (tijger). Waar kwam die drijfveer ineens vandaan bedacht ik me nadat Miranda Valk van Binnenste-Buiten Groei en Ontwikkeling me vroeg om een serie blogs te schrijven. Juist omwille van die vraag, ging ik maar weer een keer nadenken over m’n drijfveren. Iets dat ik namelijk in mijn leven op gezette tijden doe.

Vroeger dacht ik altijd dat ik wilde voetballen, juist om het voetballen. Dat was ook wel zo, ik vond het fijn om buiten met vriendjes te voetballen. Maar kan iemand verklaren waarom ik uren, dagen en maanden een bal met mijn linkervoet tegen een muurtje heb staan schieten? Dat was niet omdat het zo leuk was. Ik denk dat ik dat deed om beter te worden. Competitiedrang zit er immers bij mannen al van nature in, heb ik me laten vertellen. En ik werd langzaam maar zeker (ik was nooit zo’n natuurtalent) beter en beter tot er een moment kwam dat niemand meer zag of ik nou links- of rechtsbenig was.

Vroeger wilde ik nooit leren, ik was een buitenkind en wilde buitenspelen, ravotten, hutten bouwen, de polder in. Leren stond voor mij synoniem voor ‘binnen blijven’ en dat stond averechts op mijn voorkeur om buiten te zijn. Op de een of andere manier werd ik pas laat volwassen, want pas op mijn 20e realiseerde ik me dat leren wel degelijk een waarde had. Mijn eerste baantje was bij Nationale-Nederlanden en ik had leuke collega’s. Maar het werk beviel me niet. Het was saai, monotoon en daarom gaf het mij geen voldoening. Nog geen drie maanden nadat ik was begonnen, realiseerde ik me dat ik ‘veroordeeld’ zou zijn tot dat soort werkzaamheden als ik niet in staat was om meer kennis te krijgen. Dus ik begon ineens te lezen, ik verslond boeken bij de vleet. Zelfs Engelse boeken, iets dat ik nog nooit eerder had gedaan. En ik begon weer te leren omdat ik me realiseerde dat ik andere vaardigheden nodig had, als management- en commerciële vaardigheden. Toen ik vertelde dat ik voor vier jaar de avond-HEAO ging doen, verklaarde iedereen me voor gek. Maar ik had een drijfveer, ik wilde ander werk.

Die avond-HEAO haalde ik uiteindelijk eenvoudig. En tot mijn 30e bleef ik in mezelf investeren door veel trainingen en cursussen te volgen. Ik kreeg op een gegeven moment een vriendin die in het midden van het land woonde waardoor ik een andere kijk op zaken kreeg. Waarom kan ik nog steeds niet verklaren, maar ik begon het ineens interessant te vinden hoeveel ik verdiende, wat voor auto ik reed, welke functie ik bekleedde en op welke tropische locaties mijn vakanties gevierd moesten worden. Die drijfveer om erkend of herkend te worden, was een lastige. Ik voelde mezelf niet prettig in dat leven, terwijl ik wel genoot van de dingen die ik had en deed. Het voelde op z’n zachtst gezegd erg dubbel. Dat smachten naar erkenning heb ik altijd wel een beetje gehad. Maar ik kan me voorstellen dat mensen die mij tussen mijn 35e en 45e hebben gezien en meegemaakt me oppervlakkig hebben genoemd.

Ook ben ik erachter gekomen dat drijfveren soms latent aanwezig zijn en dan af en toe de kop opsteken. Een drijfveer die dat regelmatig doet, is mijn gevoel voor rechtvaardigheid, waarbij ik mezelf ter dege realiseer dat ik daarbij niet consequent ben. Zo kan het dus gebeuren dat ik me soms over onbenullige zaken kan opwinden en over andere, ogenschijnlijk belangrijke zaken m’n schouders ophaal of het zakelijk en nuchter wegredeneer. Nog altijd begrijp ik niet wanneer die ‘aanknop’ nou wordt aan- of afgezet.

Toen ik 4 jaar geleden over een vakantie om tijgers te zien nadacht, las ik ontzettend veel over wat er met ze aan de hand is. En ik werd met iedere bladzijde bozer en bozer. Ook op mezelf want ik realiseerde me dat ik jarenlang onwetend was over de oorzaken en dus gewoon zelf heb meegeholpen dat tijgers op het randje van uitsterven staan. Ik voelde mezelf een enorme " #?>x<|! " en mede daardoor was de stap om een jaar en veel geld in een bewustzijnscampagne voor tijgers te investeren niet zo heel groot. Immers, combineer een latente behoefte met een gevoel van falen en mogelijkheden om te verbeteren en je hebt een energiebron voor tien te pakken. Bij mij dan.

Nu heb ik die energie weer. Ik vind dat grote bedrijven die iconische dieren in hun merk of marketing gebruiken daarvoor een faire vergoeding zouden moeten betalen. Denk aan Jaguar, Lacoste, Puma, Abercrombie & Fitch, Esso, Gazelle, Jumbo en ING. Waarom vind ik dat eigenlijk? In de eerste plaats omdat deze dieren buiten hun schuld om met uitsterven worden bedreigd en omdat er vanuit het bedrijfsleven niet of nauwelijks iets wordt gedaan om dat te veranderen. Mijn gevoel voor rechtvaardigheid zegt daarbij: mensen die iets gebruiken, moeten daarvoor betalen. En deze bedrijven, net als meer dan 100.000 andere bedrijven die wereldwijd hetzelfde doen, gebruiken de enorme aantrekkingskracht die iconische dieren op mensen hebben en betalen daar niets voor. En dat steekt.

Dat ‘steken’ leidde er bij mij toe dat ik een businessplan heb geschreven om de ‘belangenbehartiger van de merkrechten van wilde dieren’ te worden. Dat klinkt wellicht raar, maar als je daadwerkelijk een faire vergoeding van al die bedrijven zou ontvangen, dan heb je een extra funding te pakken die de budgetten van Greenpeace, WWF, WCS en alle andere natuurbeschermingsorganisatie vele tientallen keren overtreft. Ik praat over miljarden euro’s extra per jaar waardoor wildlife – dat zonder bescherming geen enkele kans heeft om te overleven – eindelijk afdoende beschermd kan worden.

Waar drijfveren al niet goed voor zijn.



Werk in uitvoering

Nand de Galan
Nand de Galan

Zet mij voor een openstaande brug, terwijl een boot kruipend voorbij vaart en de irritatie slaat snel toe. Een file? Binnen no time ben ik verworden tot een beroeps chagrijn. Wachten op de lift op mijn werk, terwijl ik op de schermpjes boven de schuifdeuren de verdiepingen tergend langzaam zie aflopen, of nog erger, zie oplopen, ontwijk mij dan maar, want veel vriendelijks komt er niet uit. Kortom, wachten is niet mijn ding. Zonde van mijn zo kostbare tijd.

Het is iets van deze tijd, van onze cultuur. We zijn vaak gehaast, we moeten vooral heel veel en leggen onszelf een enorme druk op. In alle opzichten. Ik ben daar een redelijk volmaakt exponent van. Werk, privé, sport, gezin, vrienden, agenda's die uitpuilen, nauwelijks nog tijd voor elkaar, ik ren en vlieg en lig 's avonds uitgeteld op de bank. Ondertussen moet ik ook voldoen aan de druk van de sociale media, door mijn mening over van alles te uiten, het door mij geselecteerde nieuws te volgen of door op de app vriendschappen te onderhouden. In zo'n patroon is voor wachten geen ruimte. Want tijdens die paar minuten niks doen, zou ik zoveel andere zinnige zaken kunnen volbrengen, toch? Het enige wat ik tijdens wachten kan doen is de Twitter app openen en even snel het nieuws lezen of mijn ongenoegen over het wachten delen in de time line, dat is ook helend. Tenminste zo voelt het bij mij. Onbewust. Of misschien wel heel bewust.

Inmiddels besef ik dat dit niet de meest ideale vorm van leven is. Soms spartelt mijn lichaam namelijk wat tegen. Ik voel dan ondefinieerbare pijntjes, ik ben dan licht ontvlambaar of ik slaap te kort en onrustig. Gevolgen van een hectisch en vliegend leven. Maar wel gevolgen die ik eigenlijk niet wil ervaren.

Dit besef kwam heel nadrukkelijk tijdens de Leergang Coaching die ik volg bij Binnenstebuiten groei en ontwikkeling. Ik wandelde in het Kralingse Bos met een mede cursist. We spraken over vitaliteit en in hoeverre we goed voor onszelf zorgen. Terwijl ik mezelf met haar hoorde praten, zag ik in hoe ridicuul ik mijn leven bij tijd en wijle leef. Of beter gezegd, hoe ik word geleefd of me laat leven. Hoe vaak ik dingen doe, die ik eigenlijk niet wil doen, maar uit een of ander moreel besef toch meen te moeten doen, met alle kwaaltjes en gevolgen van dien. Hoe dicht ben ik dan eigenlijk bij mezelf? Ik besloot ter plekke om het anders te gaan doen.

De mooiste kans daar toe bleek al na enkele dagen op mijn pad te komen. Voor me stond een rij auto's. Stil. Iets verderop een lichtkrant, waarop te lezen viel dat de vertraging 30 tot 60 minuten was. Naast me, mijn vrouw die rustig naar buiten zat te kijken. Achter mij de kinderen, de ene kleurend, uiteraard, en de ander op zijn tablet, uiteraard.

Ik zat achter het stuur en bladerde door de krant. Keek wat om mij heen en nergens in mijn lijf was enige onrust te voelen. Enige verbazing maakte zich plots van mij meester. Geen ergernis, geen irritatie, geen ontluikende woede. Gewoon niks. Ik doorleefde dat gevoel zeer intens. Onderzocht in mijn lichaam of ik echt niks voelde. Niet stiekem wat frustratie. Maar het was er gewoon niet. Dat smaakte naar meer.

Aan de horizon kwam de boot langzaam aan en werd groter en groter. De veerboot die ons naar Ameland zou brengen. Naar een week niets moeten, geen agenda, geen horloge, geen druk. Alleen dingen doen die goed voelen. Voetballen met de kinderen, lekker uit eten, Kolonisten van Catan spelen, mountainbiken en bovenal genieten met mijn gezin. Het niets moeten was al begonnen. De vertraging nam ik voor lief. Ik voelde me dicht bij mezelf en was prima in balans.

Nu ben ik een week of wat verder en merk ik dat het makkelijker is gezegd dan gedaan om minder gehaast en dus prettiger te leven. Tijdens de vakantie ging het perfect. Mijn werkagenda puilde echter bij thuiskomst alweer uit. Dat was schokkend en confronterend.

Wat ik in mijn hoofd prent is dat als ik duurzaam wil veranderen, ik mijn uitzonderlijk goede momenten dien te onderzoeken. Een mooie zin zomaar uit de Leergang. Laat ik nou recent zo'n uitzonderlijk goed moment gehad hebben...het onderzoek is in volle gang. Werk in uitvoering!

Let it go......

Alexandra Buter
Alexandra Buter

Het was één van de weinige nachten deze winter waarin het gevroren had. Ik moest vroeg de deur uit om met mijn neefje naar het ziekenhuis te gaan. Dat werd dus krabben. Het was nog behoorlijk koud buiten en de verwarming ging hoog aan in de auto. Omdat hij zijn afsprakenbrief vergeten, was bleef ik even wachten in de auto terwijl hij naar boven rende om deze te halen.

Uit de voordeur van de flat kwam een oude man met zijn rollator gelopen. Hij schuifelde voorzichtig over de stoep. Het was gelukkig niet glad op straat, maar ik keek toch even of het wel goed ging met hem. Hij liep achter de auto langs en alles leek goed te gaan.

Opeens hoorde ik een harde klap tegen mijn autoraam naast me. Ik keek verschrikt op en zag dat de rollator-meneer naast mijn deur stond. Mijn eerste reactie was dat er misschien toch iets met hem aan de hand was en bezorgd deed ik de deur van mijn auto open. Hij keek me boos aan en zei op luide toon dat ik de motor van mijn auto uit moest doen. Verrast door deze opmerking en de manier waarop, vroeg ik hem waarom ik dat moest doen.

Hij zei dat auto’s milieuvervuilend zijn en vooral de mijne, omdat het een wat oudere auto is. Dit had ik dus totaal niet verwacht. Hoewel ik ook wel wat geschrokken was, vond ik het toch ook wel ietwat grappig dat dit was waar deze meneer zich druk om maakte deze ochtend. Heel vriendelijk legde ik hem uit dat het nogal koud was, dat ik de verwarming aan had staan en dat ik zo weg ging dus helaas zijn verzoek niet zou inwilligen.

Dat viel niet zo goed bij hem. Nog bozer dan eerst eiste hij van mij dat ik het wel deed. Een relaas van allerlei onlogische dingen volgde. Ik lachte op mijn allervriendelijkst maar zei resoluut dat ik het niet zou doen. Langzaam liep hij weg en hij draaide zich nog één keer om; ‘Ik hoop dat je jezelf straks dood rijdt tegen een boom’.

Als kogels uit een geweer schoten deze woorden uit zijn mond. Flabbergasted bleef ik achter in mijn auto. Had ik dit nu goed gehoord? Kreeg ik zojuist een doodsverwensing naar mijn hoofd geslingerd, omdat ik rustig in mijn auto zat te wachten op mijn neefje??!! Wow. Ik was hier toch even een paar minuten door ontdaan. Ik voelde mij geschokt en boos! Wie was hij wel niet om mij dit zomaar aan te doen? Om zomaar deze vredige ochtend te vervuilen met zijn scherpe woorden?

Op dat moment stapte mijn neefje nietsvermoedend weer in de auto met zijn brief en aangezien ik geen pokerface heb, zag hij gelijk dat er iets was. Hoe ga je dit nu aan een kind van 13 jaar vertellen. Ik besloot het maar gewoon te zeggen. Terwijl ik de woorden herhaalde die ik zelf zojuist had gehoord, kwam ook het besef dat er duidelijk iets mis was met deze meneer. Je doet zoiets niet. Je zegt niet tegen een vreemde dat je hem of haar dood wenst puur vanwege een draaiende auto motor op een koude vroege ochtend. Dat is geen normaal gedrag. In ieder geval geen gedrag naar mijn normen en de normen die ik een kind mee wil geven. Deze meneer had zijn eigen problemen en die hadden niks met mij te maken.

Terwijl ik mijn neefje probeerde uit te leggen dat er altijd mensen zijn in de wereld die onaardig tegen je kunnen doen zonder dat je daar een echt aanleiding voor geeft. Dat je je van dit soort opmerkingen dus eigenlijk niks aan moet trekken en los moet laten, voelde ik dit zelf ook echt. Mijn boosheid zakte en de lelijke opmerking gleed van mij af. De vrede was weer terug en de dag ging verder alsof het nooit gebeurd was.

Complimenten

Nand de Galan
Nand de Galan

"Papa, weet jij eigenlijk wel wat een compliment is?" De twee grote ogen van mijn vijfjarige dochter kijken me vragend en doordringend aan, met een oprecht nieuwsgierige blik. Zittend aan de keukentafel, met haar stiften en een kleurrijke tekening voor haar. Het is schemerig buiten en na een drukke werkdag heb ik de eer het eten te verzorgen. Ik sta in een smeuïge lasagnesaus te roeren. "Natuurlijk weet ik dat", lach ik naar haar. "Oh ja? Wat is het dan?" Weer die ogen, weer die blik. "Als je tegen iemand zegt dat die ander wat goeds heeft gedaan." Ze lacht "Ja, dat is het papa. Jij werkt toch met mensen?" Ik kijk haar verbaasd aan, maar voordat ik een wedervraag kan stellen, gaat ze verder. "Geef jij op je werk weleens een compliment?" Een prachtige gesloten vraag, van een kleuter die gewoon alles vraagt wat in haar op komt, maar die me wel direct aan het denken zet. "De juf zegt namelijk dat we best wel nog vaker complimentjes mogen geven." Haar blik is ernstig. Dochterlief uit groep 2, laat me hier tijdens het koken eens even fijn reflecteren op mijn wijze van complimenteren. Alsof ze in mijn hoofd kan kijken, laat ze me verder nadenken. Ze buigt zich weer over haar tekening en wekt de indruk ons gesprekje weer volkomen vergeten te zijn. Ik ga diep mijn hoofd in, terwijl ik de lasagne zonder knoeien in de ovenschaal probeer te krijgen. Altijd weer een uitdaging.

Complimenten, ze zijn zo belangrijk. Het is heerlijk ze, mits oprecht gegeven, te ontvangen. Of te geven, wanneer ik zie dat mensen ze echt voelen en binnen laten komen. Maar geef ik ze wel genoeg? Ik ben er persoonlijk wel gevoelig voor, weet ik. Wanneer ik vroeger uit school kwam, met een cijfer voor een toets of repetitie, kreeg ik steevast de vraag of ik het hoogste cijfer had. Als dat niet zo was, kreeg ik geen, of in mijn beleving te weinig, waardering. Was het wel zo, dan kreeg ik een compliment. Dat was altijd fijn.
Al snel had ik overigens door dat ik beter mijn tactiek in deze kon veranderen. Ik haalde vanaf dat moment gewoon altijd het hoogste cijfer. Zelfs bij een onvoldoende was ik de beste. Hoewel de complimenten die ik ontving, wat minder fijn en oprecht voelden, was ik wel af van wat ik een gebrek aan waardering vond. Het is waarschijnlijk overbodig om te benoemen dat deze strategie slechts werkte tot aan de eerste rapportavond...complimenten voor mijn ouders.

Doe ik het, in mijn leidinggevende rol of als papa en partner wel goed? Geef ik voldoende waardering aan de mensen met wie ik werk, aan hen die ik liefheb? Ik twijfel hier oprecht aan en besluit ervan af nu, vanaf dit moment in de keuken, beter op gefocust te zijn en niet alles maar ‘normaal’ te vinden. Dus het oprecht goede kunnen en willen zien in de ander en dat benoemen. Oprecht, puur en eerlijk. Maar andersom is ook een vraag. Ontvang en doorleef ik de complimenten die ik ontvang? Ook hier durf ik niet met zekerheid en volmondig "ja" op te antwoorden. Sterker nog, als ik eerlijk ben, is het antwoord gewoon “nee”. Ik ga erop letten. Tenminste, ik ga het proberen, besluit ik.

Ik hoor de sleutel in het slot draaien. Mijn zoon komt thuis, standaard iets te laat, maar kijkend naar de tijd, was zijn streven goed. Hij loopt de kamer binnen "Hey pap, dat ruikt goed zeg! Lekker lasagne!" Zijn zusje reageert meteen. "Dát is nou een compliment papa!", roept ze triomfantelijk, daarbij de indruk wekkend dat ze toch niet helemaal overtuigd was van mijn visie op complimentjes.
"Je bent mooi op tijd vriend!", zeg ik tegen mijn-sinds-een-paar-maanden-tienerzoon. Hij oogt verbaasd en werpt een blik op de klok van de oven. "Niet echt pap, ik ben te laat." Ik kan dus nog wel een lesje complimenten geven gebruiken geloof ik...want hij walst er zo overheen.

Tijdens het eten beland ik in een waar complimentenfestijn. Zoon, die ook het thema heeft behandeld, en dochter delen continu complimenten uit, over alles. Wat eet je netjes, wat heb je je vork goed vast, wat zit je haar leuk (jawel, zelfs tegen mij), wat knoei je weinig, gave pot appelmoes. Alles wordt uit de kast getrokken. We hebben de grootste schik en dat ik voel een oprechte trots en diep geluk opborrelen.

"Dame en heer, ik heb genoten van jullie, wat hebben wij gezellig gegeten!" Beide kijken me zwijgend aan en zijn zichtbaar blij met wat ik hun zeg. Ze zijn er stil van. Zowaar. Niet alleen het complimenten geven, maar ontvangen hebben ze ook al geleerd op school en dat doen ze ontzettend goed. Ook op dat gebied kan ik nog wat leren...misschien wel van mijn eigen coachende kinderen!

Crisis

Alexandra Buter
Alexandra Buter

“Life always waits for some crisis to occur before revealing itself at it’s most brilliant” - Paulo Coelho


Sinds kort ben ik er achter dat voor jou vanzelfsprekende situaties helemaal niet zo vanzelfsprekend zijn voor andere mensen. Neem nou mijn hulpverlenende instinct dat vooral naar boven komt in noodsituaties of een crisis voor een ander. Vraag je hulp voor een situatie waarbij een onmiddellijke oplossing nodig is dan ben je bij mij aan het goede adres. Ik zal het misschien niet altijd volledig kunnen oplossen, maar ik kan er wel voor zorgen dat je er heelhuids vanaf komt.

Ik dacht altijd dat het heel normaal is dat je in een noodsituatie helder kunt nadenken, rustig wordt en goed prioriteiten kan stellen om het onder controle te krijgen. Dat is namelijk wat er bij mij gebeurt. Ik wist ook niet dat er mensen zijn die dan in paniek raken of verstijven en niets meer kunnen.

Als je dit 1 of 2 keer mee maakt zou het nog toeval kunnen zijn. Maar de keren dat ik dit heb ervaren in mijn leven zijn niet meer op 1 of 2 handen te tellen. Of het nu gaat om een kind dat aan tafel ineens in een kruidnootje stikt of een auto ongeluk dat recht voor je gebeurt of iemand die ineens op straat staat vanwege een financiële situatie. Kalm en zeer creatief kan ik hier mee omgaan. Ik heb het niet wetenschappelijk onderzocht maar ik weet inmiddels wel dat door de adrenaline die er in mij ontstaat er ook een golf van kalmte en beheerstheid over mij neer daalt.

Nooit heb ik gerealiseerd dat dit een sterk punt is van mijzelf. Nooit gerealiseerd dat er een kracht in mij zit die naar boven komt op deze momenten die heel waardevol is.

Had ik dit in mijn tienerjaren geweten dan had ik vast doorgeleerd voor ambulanceverpleger of bij de politie gegaan. Crisismanager zijn klinkt mij als muziek in de oren. Maar wat doe je ermee doen als je 42 jaar bent en geen enkele vooropleiding hebt gehad?

Nu ben ik op het moment ook opvoeder van een jonge tiener die nog moet leren hoe je in deze situaties moet reageren en handelen. Dit is een nieuwe taak voor mij. Kan ik, wat ik doe voor anderen, ook aan iemand anders leren? Ik vind het heerlijk om veel met hem te praten, om mijn zelf vergaarde wijsheid op hem over te brengen. Had iemand dat maar met mij gedaan toen ik een tiener was. Nu maar hopen dat het aankomt, dat het, al is het maar deels, blijft hangen bij hem. Ik kan alleen maar proberen het goede voorbeeld te geven.

Eind vorig jaar ontstond er weer eens een crisissituatie die bij mij persoonlijk op de stoep belandde. Een directe oplossing was nodig. En juist op de momenten die persoonlijk zijn, wordt het voor mij iets moeilijker. De spanning en stress die hierop volgen, maken het lastig om mee om te gaan. Nu is dit geen verrassing meer voor mij, tijdens een assessment kwam een jaar geleden naar voren dat ik op persoonlijk relativeringsvermogen laag scoorde. Een ontwikkelpuntje dus.

Inmiddels heb ik in 2015 2 mindfulness cursussen gevolgd en ben ik door het traject bij Binnenstebuiten nog meer met mijzelf aan de slag gegaan. Hier heb ik veel profijt van gehad bij deze nieuwe crisissituatie. Hoewel het nog steeds spannend is en de neiging naar paniek op de loer ligt, ben ik deze crisis tot zo ver ook weer heelhuids doorgekomen.

Zo kan ik niet anders dan hopen dat dit het juiste voorbeeld is.

Ik leer van het verleden, zorg dat ik steeds meer in het heden blijf en ben niet bang voor de toekomst. Daarmee moet ik toch wel iets positiefs over kunnen brengen?!

Op eigen kracht kom je boven

Nand de Galan
Nand de Galan

Al weken keek ik ernaar uit. Naar datgene wat bij een kort koffieautomaat-gesprek was ontstaan. In mijn hoofd wist ik exact wat ik zou beleven. Ik had alles al ingevuld, mooie vergezichten, groene glooiende heuvels, pittoreske vakwerkdorpjes en een zacht ruisende wind door de herfstige bomen. In dat plaatje, twee soepel bewegende benen. Ritmisch, één tempo, de paden op, de lanen in.

Naarmate de dag dichterbij kwam, ontstond echter toch de onzekerheid. De weersites gaven een forse najaarsbries aan. Toe maar, dat was ik wel gewend, ik word daar niet heel blij van, maar ik ben realistisch genoeg om te beseffen dat het erbij hoort. Ik las ook verhalen over andere enthousiastelingen die van een koude kermis thuiskwamen. Ze hielden het niet vol, ze moesten passen. Ze haakten af. Ze faalden in mijn ogen, maar dat kon mij dus óók gebeuren.

Maar ik had er hard voor getraind. Dit moest ik toch kunnen, er was geen enkele reden om te bedenken dat ik het niet zou kunnen, maakte ik mezelf wijs. Toch knaagde er een gevoel in mij. Een twijfel. Er was geen volkomen vertrouwen in mijn eigen kunnen, in mijn eigen kracht.

Ik stond al vroeg naast mijn bed. Tas gepakt. De juiste kleding mee, ten, drinken. Aan de voorbereiding lag het niet. Alles klopte wat dat betreft. Ik kon de auto in om mijn compagnon op te halen.

Wij gingen vandaag samen de fameuze Amstel Gold Race fietsen. Voor de niet wielrenners onder u, de Gold Race is de enige Nederlandse wielerklassieker. De Limburgse heuvels worden meerdere malen bedwongen en de finish ligt op de Nederlandse Alpe d’Huez, de Cauberg. Normaal is die route ruim 250 kilometer, wij waren voornemens een forse lus hiervan te rijden, waarin wel zo’n 15 beklimmingen zaten. Fameuze namen als de Kruisberg, Eyserbosweg en Keutenberg gingen wij bedwingen. Zwaar genoeg voor een stel amateurs. Onderschat de Limburgse heuvels vooral niet.

U moet weten, hoewel ik een fanatiek amateurwielrenner ben, heb ik niet echt een lichaam dat gemaakt is om met de zwaartekracht te spotten. Wielrenners die goed kunnen klimmen, hebben slanke lichamen, zijn klein van postuur en hebben veel kracht in zich. Niets van dat alles is bij mij aanwezig. Behalve die kracht dan, verder veel sporen van een goed Bourgondisch leven. Mijn fietscollega is uiteraard wel uitgerust met een typisch sporterslichaam. Ik zag hem al in een mooie cadans naar boven gaan. Ik zwijgend, hijgend en puffend er achteraan.
Kortom, genoeg onzekere factoren waaraan ik kon bezwijken deze tocht.

De dag vorderde. Al snel merkte ik dat mijn aannames en overtuigingen niet helemaal correct waren. Mijn compagnon hield mij op geen enkele heuvel bij. Iedere keer kwam mijn grote lichaam eerder boven. Ik voelde de kracht. Ik voelde het zelfvertrouwen met de meter toenemen. Dit kon ik. Ik hield tempo en kwam boven op heuvels waar anderen soms afstapten. Op de langste beklimming haalde ik zelfs een hele groep keurig gesoigneerde mannen in. Zo’n groep die uitstraalt dat je als individu bij voorbaat kansloos tegen ze bent, die het op het oog heel goed kunnen. Ik passeerde ze.

Het sluitstuk van de dag was de Keutenberg. 22% omhoog op de eerste halve kilometer. 22%! Ik draaide de bocht in en de weg liep steil omhoog, een muur lag voor me, ik voelde direct alles pijn doen. Nog 400 meter. Voor het eerst die dag schakelde ik naar mijn lichtste verzet. Ik kon nu niks anders meer dan tempo houden, anders viel ik om. Nog 328 meter. Ik riep in mezelf alle kracht aan. Volhouden. Je kunt het. Kom op. Nog 249 meter. Ik coachte mezelf omhoog, richting het “vals plat”, waar het minder heftig werd. Dat stuk, als ik dát haalde, hoefde ik niet af te stappen, dat moest een soort hemel op aarde zijn. Het ultieme doel. Nog 198 meter. Ik trok zo hard aan mijn stuur, dat mijn voorwiel van de grond leek te komen. Terwijl ik in een slakkengang van links naar rechts over de weg zigzaggend aan het afzien was, besefte ik ineens dat ik het kon. Ik kon een heuvel van 22% op fietsen! Ik had de kracht gevonden om het te doen. Het heilige vuur was aangewakkerd bij het koffieapparaat op mijn werk. Daar spraken we onze droom uit. Een droom die ik nu zelf had verwezenlijkt. Ik had het in mij. Geloof en vertrouwen in mezelf. En het gewoon doen! Op eigen kracht kwam ik boven. Geloof en vertrouwen in mezelf bleken meer dan voldoende om deze missie te volbrengen.
Heerlijk!

Angst is mijn grootste drijfveer

Chris Slappendel
Chris Slappendel

Toen Miranda en Ruud, bevlogen initiatiefnemers van Binnenstebuiten groei & ontwikkeling, mij polsten om voor hen te bloggen, om over 'mijn reis’ te vertellen, had ik gemengde gevoelens. Ik voelde me vereerd, natuurlijk. Maar ik was ook bang, want iets schrijven over je persoonlijke ontwikkeling zorgt ervoor dat je je kwetsbaar opstelt. Toch besloot ik het te doen. Juist om die angst. Angst is namelijk mijn grootste drijfveer. In zes ‘afleveringen’ neem ik u mee naar mijn wereld en kunt u een stukje van 'mijn reis’ meemaken.

Twijfelen aan mezelf
2012 was voor mij een belangrijk jaar. Twee jaar ervoor was ik op 43-jarige leeftijd, na wat omzwervingen, teruggekeerd naar de omgeving waar ik was opgegroeid en was ik bezig met het opbouwen van een nieuw bestaan, gebouwd op de fundamenten van mijn opvoeding, mijn karakter en mijn ervaringen. Na twee jaar hard werken wilde ik op vakantie en surfte op wat sites. Ik was op zoek naar een mooie vakantie om de tijger, mijn lievelingsdier, eindelijk een keer in het wild te gaan zien. Ik viel van m’n stoel. En hard.

In korte tijd leerde ik wat er met tijgers aan de hand was. Ik voelde me een onwetende nono. Niets wist ik van wat er met tijgers gebeurde. Niet over palmolie, niet over de mijn industrie, niet over Chinese medicijnen, niet over ontbossing en zelfs niet over stroperij. Ik bleef lezen. Tientallen (dikke) rapporten. En uiteindelijk -een lang verhaal kort- besloot ik dat ik er iets aan wilde doen. Wat dan ook. Dat ‘iets’ zou uiteindelijk een reis worden die me nog lang zou heugen. Een reis die als doel had om mensen bewust te maken van het lot van tijgers.

Onzekerheid zorgt bij mij voor een hang naar controle. Ik had mezelf 6 maanden gegeven om mij voor te bereiden. Ik bleef lezen om m’n kennis op peil te krijgen, ik zocht naar het ideale reisschema om te voorkomen dat het -50°C zou zijn als ik in het Russische Verre Oosten zou aankomen, ik zocht naar experts die ik kon interviewen, ik zocht naar ideale verbindingen en ik zocht naar onderwerpen over tijgers die ik kon uitlichten. Mijn energie nam toe, maar naarmate ik dichter bij de start kwam, nam ook mijn onzekerheid toe. Niet over wat ik wilde doen of over waarom. Het ging over mij: kon ik het wel?

Bevrijdende spiegel
Voordat ik weg ging, heb ik twee keer voor de spiegel gestaan. Letterlijk èn figuurlijk. De eerste keer stelde ik me de vraag of ik het nou wel echt wilde doen. Ik zou immers al mijn geld erdoor heen jagen, mensen zouden anders naar me gaan kijken en vooral: hoe zou ik mezelf houden? Ik telde alles bij elkaar op en bedacht me eigenlijk: wat heb ik nou echt te verliezen. Ofschoon mijn eerste gedachten hinkten op ‘alles’ en ‘niets’ sloeg de balans door naar ‘niets’. Ik had uiteindelijk niets te verliezen. Dacht ik.

Dat ‘niets’ bleek al snel onoverdacht. Ik ontdekte steeds meer over de Chinese maffia, over aardbevingen, overstromingen, tsunami’s, dodelijke slangen en over enge tropische ziektes, om maar een paar dingen te noemen. Ik werd bang. Daar had ik die eerste keer voor de spiegel helemaal niet over nagedacht. Eigenlijk had ik nooit eerder echt nagedacht over het feit dat ik zou kunnen sterven.

Het werkte bevrijdend, moet ik zeggen. Want toen ik eenmaal voor mezelf had geaccepteerd dat ik dood zou kunnen gaan, merkte ik dat ik veel sneller besluiten kon nemen.

Belemmering
Mensen denken vaak dat ik zo’n zelfverzekerd type ben. En dat klopt ook wel. Als ik iets weet of kan, dan ben ik inderdaad zelfverzekerd. Alleen ik weet dat er meer is dat ik weet dan wel. Hetzelfde geldt voor mijn kunnen.

Als ik iets niet kan, maakt me dat vaak onzeker. Ik ga dan nadenken: hoe komt het nou, wat gebeurt er met me, wat kan ik eraan doen? Soms pak ik dat planmatig op en dan maak ik een soort plannetje. Puur voor mezelf. Soms doe ik er niets mee. Want ik heb geen zin om mijn hele leven lang mezelf te analyseren of bezig te zijn met mezelf te ontwikkelen. Ergens moet er een balans zijn. Een balans die overigens volstrekt willekeurig is.

Heel soms is er zo’n eigenschap die belemmert dat ik me kan ontwikkelen in de richting of met de snelheid die ik voor ogen heb. Een karakterdingetje of iets anders zorgt er dan bij me voor dat ik iets gewoonweg niet onder de knie krijg. Dan is het vaak een kwestie van accepteren. Hoe moeilijk ik dat dan ook vind.

Trillen in de spotlights
In 1988 begon ik met werken. Ik had m’n MEAO afgerond en was bezig met avond-HEAO. M’n carrière stond op het punt te beginnen en mijn leidinggevende vroeg me of ik de afdeling kon vertegenwoordigen tijdens de presentatie van de jaarcijfers. Ik zei ja, terwijl ik nee had willen en moeten zeggen. Maar ik deed het. Met alle gevolgen van dien. Voor 1500 mensen ben ik afgegaan met een dramatische presentatie.

Later ben ik me steeds meer gaan bekwamen als manager en langzaam maar zeker kwam ik over mijn ergste angsten voor wat betreft presenteren heen. Het voorzitten van werkoverleg, het geven van korte presentaties, voor kleine en steeds groter wordende groepen, het ging allemaal steeds beter maar comfortabel voelde ik me nooit.

Vroeger was ik al als de dood om voor een groep te staan. Op de lagere school is het me gelukt om dat volledig te omzeilen. Zelfs op de middelbare school lukte dat omzeilen me vrij aardig. Maar waarom? Zelfs de meest ervaren trainers kregen het niet voor elkaar om mij daarin op een hoger niveau te krijgen.

Déjà-vu
Tijdens een course bij IMD in Lausanne kreeg ik een déjà-vu. We zaten met zo’n 40 aanstormende potentials van multinationals in een auditorium en kregen communicatiecollege van Geoff Church, een voormalig Britse acteur.

Bij het invullen van de papieren voor de course had ik als enige leerdoel aangegeven dat ik beter wilde worden in publieke optredens. Dat heb ik geweten. Ik heb twee uur op het podium gestaan. Bij iedere oefening moest ik iets voordoen. En iedere keer klapte ik dicht. Ik ging af. Keer op keer. Ik voelde me verschrikkelijk. Net als toen bij die jaarcijferpresentatie, maar dan om de vijf minuten opnieuw.

Na wat leek een oneindige marteling kwam daar eindelijk de vraag van Geoff: ‘How did it go?’ Ik vertelde wat ik voelde. Hij begon te lachen terwijl ik merkte dat meer dan de helft van de zaal zich geneerde voor zijn ongegeneerde gelach. Hij vroeg me vervolgens of ik wist wat er met mij gebeurde en vooral hoe het kwam dat ik telkens maar dicht klapte. Ik was al uit het lood geslagen dus op zijn vragen had ik logischerwijs geen antwoord.

Hij stelde me weer een aantal vragen. Dit keer geen persoonlijke vragen. Maar vragen als: hoeveel mensen uit de zaal hebben een gekleurd uiterlijk, hoeveel vrouwen zijn er, wat voor kleur heeft de vierde persoon van rechts op de zesde rij. En ik kon antwoord geven op alle vragen. Voor mij iets waar ik nooit eerder bij stil had gestaan.

Hinderpaal
Geoff vertelde me dat één van mijn kernkwaliteiten is om dingen te observeren en te analyseren (wat ook bleek uit alle testjes die we moesten doen). Hij gaf aan dat ik waarschijnlijk zou denken dat iedereen zou denken zoals ik deed. En dat moest ik beamen. En toen kwamen de ‘verlossende’ woorden.

‘There is hardly anyone in this audience that thinks like you.’

Hij legde me uit dat mijn eigen gedachten mijn grootste belemmering vormden. Dat ik dacht dat iedereen mij zou bekijken zoals ik hen zou bekijken. Dat iedere hapering, iedere verkeerde beweging en iedere verkeerde intonatie zou opvallen. En dat mensen me daardoor zouden veroordelen. En opeens begreep ik het. Ik snapte eindelijk waardoor ik mezelf altijd zo verkrampt in het openbaar gedroeg.

Eindelijk had ik door wat m’n grootste hinderpaal was. Ik was het zelf.

Weten is vaak niet genoeg
Dat was in 2005. Nu zo’n 10 jaar geleden. Iets weten wil nog niet zeggen hoe je ermee mee om kunt gaan. In dit geval hielp het me wel om vooruit te komen. Sneller vooruit dan in al die jaren ervoor. Vanaf het moment dat ik mijn nieuwe inzicht had verkregen, ging het beter. Ik merkte dat ik langzaam maar zeker stapjes zette. Ik raakte m’n echte angst kwijt en begon zelfs interactie met publiek te zoeken, wat voor mij een enorme overwinning was.

Mijn angst voorbij
In mei 2013 ging ik op reis. Ik dwong mezelf daarbij in het diepe te springen. Ik wist dat, wilde ik succesvol worden, ik mijn angsten opzij moest zetten. Toen ik 16 mei 2013 in Moskou een zaal met Russische journalisten toesprak, wist ik veel te weinig over tijgers. Ik sprak geen Russisch, zelfs m’n Engels vond ik niet goed genoeg en mijn voorbereiding was al zeker niet goed genoeg ook al had ik er zes maanden onafgebroken aan gewerkt. Maar het interesseerde me niet. Het interesseerde me niet langer wat anderen van mij vonden. Of hoe ik het vertelde. Of hoe ik eruit zag. Wat ik wel wilde, was iets doen. Hoe klein dan ook.

Later die dag zat ik een studio waar ik werd geïnterviewd voor de Russische TV. De volgende dag was ik te gast bij de Russische variant van Evers Staat Op en bij een ander TV-programma, waar ik ook al één op één werd geïnterviewd. Later hoorde ik dat zo’n 40 miljoen Russen gehoord hebben over een Nederlander die op de bres komt voor ‘hun’ tijger en dat tijdens mijn gehele reis in totaal zo’n 250 miljoen (voornamelijk) Aziaten via mij in aanraking zijn gekomen met het lot van tijgers.

Tijdens mijn 185-dagen durende reis door 24 Aziatische landen ben ik in veel situaties gekomen die me angst inboezemden. Of dat nou in Afghanistan was waar ik met een auto door oorlogsgebied reed, in Bangladesh waar ik bijna op de één van de meest dodelijke slangen ter wereld stapte of in China waar ik werd achtervolgd door de Chinese maffia. Toch stond die angst in geen verhouding met de angst die ik ooit voelde voor publieke optredens.

Tijdens mijn reis was ik in Tbilisi (Georgië) en sprak daar in het Europe House, in Afghanistan gaf ik een lezing op de Universiteit, in Ho-Chi-Minh (Vietnam) sprak ik op een businessclub waar onder andere de Nederlandse consul aanwezig was. In Jakarta sprak ik voor zo’n 150 mensen (waarvan een deel niet eens Engels sprak, zo merkte ik later) en in New Delhi opende de Nederlandse ambassadeur in India de persconferentie waarna ik bijna twee uur lang zo’n 20 journalisten heb geïnspireerd (zo hoorde ik later).

Mijn reis heeft me geholpen om op een ander niveau te komen. Een niveau waar van ik ooit heb gedacht dat ik er nooit zou komen.

Toch voel ik iedere keer wat spanning. De zenuwen. Het zal -denk ik- nooit weg gaan. Maar in tegenstelling tot vroeger verkrampt het me niet meer.

www.tigertrail.org
www.iconsofnature.com
www.iconsofnature.com
c.slappendel@iconsofnature.com

Help, ik beslis!

Alexandra Buter
Alexandra Buter

Vanmiddag moest ik wachten tot mijn auto klaar was bij de garage. Omdat ik geen zin had om met de trein naar huis te gaan en dan later weer terug te moeten sjokken, besloot ik een tijdschrift te kopen en op ‘t Noordplein bij een vaag cafeetje voor de deur te gaan zitten. Op een plek precies in het zonnetje.

Koetjes met inhoud
Er zat daar aan het tafeltje naast mij, er stonden overigens maar twee tafeltjes, een vriendelijke man die mij gelijk aansprak en een praatje begon. Niet opdringerig maar gewoon over koetjes en kalfjes. Tussen de gesprekken door las hij zijn krantje, bestelden we beiden thee en las ik mijn boekje. Er hing een gemoedelijke sfeer en we konden het goed met elkaar vinden.

Hij was een bekende van het bruine cafeetje en belangstellend of misschien zelfs wel nieuwsgierig. Er liepen meer bezoekers naar binnen en het barpersoneel kwam zo nu en dan naar buiten om te vragen hoe het met ons ging.

Één van de onderwerpen waar ik met de man over sprak, was keuzes en beslissingen uit het verleden. De koetjes en kalfjes kregen wat meer inhoud. We zaten redelijk op één lijn en het werd een leuk gesprek. Na afloop bedankten we elkaar en gingen ieder onze eigen weg.

Samen beslissen
Ik had ooit een vriendin die net als ik toen, ook moeite had om persoonlijke beslissingen zelf te nemen. We twijfelden lang en konden uren praten over de voors en tegens van een keuze. Haar moeder vond dat ze niet zo bang moest zijn en sneller knopen door moest hakken. Wij vonden dat we uiteindelijk juist weloverwogen beslissingen namen doordat we eerst alle mogelijke scenario's de revue hadden laten passeren. En we hadden elkaar om mee te sparren. Jaren later besefte ik dat ook een weloverwogen beslissing niet altijd op de juiste manier kan of zal uitpakken.

Moederskindje
Toevallig, maar was dat wel toevallig, kwam ik die avond een leuk filmpje op internet tegen dat over beslissen ging. Dat zette mij weer aan het denken over de 7 miljoen beslissingen die ik al in het leven genomen heb.

Een groot gedeelte van mijn leven heb ik bij elke beslissing mijn moeder betrokken, van het kopen van aardbeien- of kersenthee tot het wel of niet opzeggen van een baan. Maar zo'n 12 jaar geleden voelde het niet goed meer en besefte ik ook dat dat niet heel gezond was. In ieder geval, ík wilde dat niet meer. Vanaf dat moment besloot ik haar alleen nog maar te betrekken bij de 'grotere' beslissingen van het leven. Tot haar grote ongenoegen.

Bevestiging
Nu, zoveel jaar later, merk ik dat ik nog steeds behoefte heb aan bevestiging op datgene wat voor mij belangrijk is, van mensen die ik respecteer en waardeer. Nu werd ik er in een goed gesprek vorige week op gewezen dat ik er voor moet waken die bevestiging 'nodig' te hebben. Er niet afhankelijk van te zijn.

De keuzes die je maakt in het leven zijn je pad naar wijsheid. Je leerweg in je ontwikkeling. Het schrijven van je eigen persoonlijke geschiedenis. Heb je wel eens een geschiedenisboek gelezen? Ze staan vol met ‘foute’ beslissingen.

Ik verwijt mijzelf weleens dat ik te traag of te laks ben, te lang nadenk of beslissingen uitstel.

Vandaag besef ik....dit is wie ik ben.

Ik omarm mijzelf!!

Alexandra

Wat je aandacht geeft groeit

Nand de Galan
Nand de Galan

Buiten was het grauw en grijs en het was ook nog eens de laatste dag van de week, de energie was op. De eerste najaarsstorm was aangekondigd en het KNMI voorspelde een code geel, alweer. Als ik de voortekenen moest geloven, beloofde het een enerverende dag te worden.

We zaten samen aan de keukentafel, dat komt niet vaak voor. Meestal omringen twee kinderen ons, de ene gezegend met een klein ochtendhumeurtje, de ander teveel vragen stellend als we de krant willen lezen. Een vast ritueel, rustig ontbijten, krantje, kopje koffie, af en toe onderbroken door een nieuwsgierige tiener en een sikkeneurige kleuter. Zo niet vandaag. Het nationaal schoolontbijt doorbrak ons patroon. De jongste hing letterlijk voor de tv, de oudste lag verdiept in zijn tablet ergens op de grond en wij zaten samen aan de keukentafel.

Ik hoorde het mezelf zeggen, "ik kan weleens een boek gaan schrijven.” Quasi intellectueel keek ik mijn lief aan en zag dat ze in de lach schoot. "Top idee. Jij schrijft een boek, een bestseller, casht een paar miljoen en we verhuizen naar Ibiza”. Ze keek me aan en voegde toe; "Hoe eerder, hoe beter.”

In twee zinnen kwam een aantal van onze dromen voorbij. Stiekem fantaseer ik al tijden over het schrijven van een boek. Ik zie mezelf zitten, tikkend, een verhaallijn uitwerkend, ergens op een landelijke en lommerrijke locatie. Relaxed, doen wat ik wil, vrij van deadlines, pure vrijheid. Ik had dat gek genoeg nog nooit uitgesproken thuis. Dat combinerend met de wens van mijn lief; een B&B ergens in een zonnig land met paarden erbij, vooral dat laatste. Ik zag het voor me en zij ook, met een grote glimlach op haar gezicht stond ze op. Een kiem was gezaaid. Koffie?

Koffie. Ook op mijn werk, vanaf de 16e etage zag ik inmiddels een strak blauwe lucht, niets leek nog te wijzen op een horror-storm-des doods. Ik zat volledig in mijn excel bestand. Ik was één geworden met de cijfers, berekeningen en tabbladen. Een twee-eenheid. Sinds enige tijd vind ik dat op een of andere manier leuk, excel-bestanden maken. Liefst zo complex mogelijk, maar wel kloppend, tot de laatste decimaal. Geen idee overigens waar die plots ontstane liefde vandaan is gekomen. Soms lijkt het wat obsessief. Recent zelfs tijdens een nachtje in een Valkenburgs hotel, na een pittige wielertocht door de Limburgse heuvels, was ik op mijn schermpje met een excel bezig. Obsessief dus.

Mijn opperste concentratie werd echter wreed verstoord door een binnenkomende e-mail. "Bloggen" was de titel, afzender Miranda Valk. Nieuwsgierig mens als ik ben, opende ik meteen de mail. Afgeleid mens als ik ben, was de excel direct uit mijn systeem verdwenen, zo enerverend zijn die getallen kennelijk ook weer niet. Dat was wel de wervende tekst in de digitale post. Of ik wilde "bloggen" voor Binnenstebuiten Groei & Ontwikkeling. Hoewel ik, op twitter na, weinig heb met het hedendaags digitaal exhibitionisme, was ik onmiddellijk enthousiast. Er werd een direct beroep gedaan om een diepgewortelde wens, een droom waar te maken. Mijn gevoel zei, riep, nee schreeuwde dat ik deze kans niet mocht laten lopen. Dat vanochtend gepootte zaadje begon ernstig snel te ontkiemen.

In mijn enthousiasme ben ik in de trein op weg naar mijn weekend direct gaan tikken. Zonder plan, gewoon tikken op mijn iPad. Ok, het was een iets minder romantische setting dan ik in mijn fantasie voor me had gezien. Die net iets te breed zittende man naast me, had ik nooit een rol gegeven. Maar hee, een kniesoor die daar op let. De regen kletterde inmiddels tegen de ruiten van de sprinter. Zou het dan toch? Zou die code geel voorspelling dan toch uitkomen? Ik tikte door en genoot. Of iemand dit schrijfsel ooit zou lezen, boeide me eigenlijk weinig, want het voelde gewoon lekker. Heerlijk, gewoon iets doen vanuit mijn gevoel en passie.

Aangekomen op het majestueuze station van Baarn liep ik over de parkeerplaats. Er stopte vlak naast me een auto. Verbaasd keek ik op, want ondanks de fikse regenbui liep ik te genieten. Het raampje ging open, een vrouw van zekere leeftijd keek mij vriendelijk aan. "Kijk" zei ze en ze wees met haar vingers. "Heeft u die prachtige regenboog gezien?". Ik keek de richting van haar vinger op. Boven de herfstige bomen van Baarn zag ik een prachtige regenboog.

De fleurige halve cirkel leek met de microseconde krachtiger te worden, de storm was verder weg dan ooit. Het kleurige logo van Binnenstebuiten schoot door mijn hoofd. Wat je aandacht geeft, groeit. En zo is het, dat heeft vandaag wel bewezen.

Nand de Galan

Zo traag als een slak

Alexandra Buter
Alexandra Buter

Maandagochtend 10.40, ik kijk nog een keer in de spiegel voordat ik de deur uit ga. Ik vind dat ik er niet echt goed uit zie maar weet dat het voor Ruud niet uitmaakt, hij neemt me zoals ik ben. Het laatste gesprek van mijn coachtraject is vandaag om 11.00 op het kantoor van Binnenstebuiten in Kralingen. De zon schijnt en ik kijk er naar uit. Op de een of andere manier krijg ik altijd positieve energie van onze gesprekken. Soms niet op het moment zelf maar wel in de dagen of zelfs weken daarna.

Expeditieweek Edmund Hillary

Een onderdeel van de expeditie week waaraan ik heb deelgenomen begin juni, is een workshop waarin je je dromen vertelt aan elkaar. Een van de moeilijkste workshops voor mij. Ik weet nog goed dat ik bijna in paniek raakte. Toen de opdracht begon barstte ik in huilen uit en snikkend vertelde ik dat ik helemaal geen dromen heb. Miranda begeleidt deze workshop, ze neemt me even apart en zegt op haar eigen warme en hartelijke manier dat ik het gewoon moet ervaren ook al weet ik niet wat ik moet zeggen. Ik merk dat ze mij tijdens de workshop in de gaten houdt maar laat mij huilend en stotterend vertellen dat ik het niet weet. Gelukkig mag ik ook naar dromen van de anderen luisteren. Dat voelt veel beter en ik kalmeer weer.

Slak

Ruud en ik nemen mijn situatie door vanaf het eerste gesprek. Ik merk zelf dat ik meer in beweging ben gekomen sinds de eerste kennismaking met het Binnenstebuiten team. Om eerlijk te zijn, ik beweeg als een slak, maar ik voel wel dat ik vooruit ga. Ik vertel dit aan Ruud en zie dat hij daar positief over is. Ook al heb ik geen concrete of grote acties ondernomen hij prijst me voor de kleine stapjes die ik neem. Ik voel dat ik daar blij van word al vind ik het zelf niet heel bijzonder. Maar ik weet ook dat daar mijn valkuil ligt, dus ik glimlach.

Dromen

Op deze zonnige ochtend vertel ik dat ik er de afgelopen 4 maanden achter ben gekomen dat ik wél dromen heb in m'n leven. Ik heb ze alleen één voor één in een vriezer gezet, met vijf sloten erop. En met het tempo van die slak ben ik er inmiddels achter aan het komen welke er nu precies inzitten. Het gekke is dat ik ontdek dat er eigenlijk wel veel leuke dromen in die vrieskist op mij te liggen wachten.

Blog?!

Een van die dromen is schrijven. Een boek, een blog of gewoon verhalen over mijn leven. En niet alleen als een dagboek maar ook om anderen eens een kijkje te laten nemen in mijn leven, dat alles behalve saai is geweest. Gelijk komt bij Ruud het idee op dat de blog op de Binnenstebuiten site erg leeg is en wel weer eens bijgehouden mag worden. Zij hebben er weinig tijd voor en hij stelt voor dat ik eens wat schrijf voor hun blog.

Wat? Huh? Ik?

Een gevoel van schrik gecombineerd met trots overspoelt mij. Ik kijk hem aan en ik denk dat er op dat moment een foto van mijn gezicht genomen had moeten worden. Mijn onzekerheid neemt het bijna over maar in plaats van gelijk nee te zeggen, zeg ik dat ik er even over na moet denken.

Na er een paar dagen continu aan gedacht te hebben merk ik dat ik steeds negatiever ga denken; dat kan ik toch niet? Wat heb ik nou te melden? Mijn Nederlands is niet goed genoeg? Wie ben ik om zoiets te doen? Wow, wat kunnen je eigen gedachten met je aan de haal gaan.

Ik besluit het niet meer uit te stellen en stuur een mail naar Ruud. Ik ga het doen!!!!!

Ik

Mijn naam is Alexandra Buter, echte Rotterdamse, 41 jaar, gescheiden en werkzaam als Senior Medewerker Reisinformatie bij de NS. Op ontdekkingsreis naar mijn dromen, talenten en toekomst ga ik jullie als gastblogger op de hoogte houden van mijn belevenissen.

Met de wetenschap dat sommigen er niets aan gaan vinden, anderen geïnteresseerd zullen zijn en ik op mijn eigen slakkengangetje een duik neem in een totaal onbekende wereld, heb ik er ontzettend veel zin in!

Alexandra

Een vreemde start....

Boeken zijn gekaft. Koffers opgeruimd. De scholen openen hun deuren weer. De zomervakantie is voorbij. Na weken kamperen, relaxen en rommelen in huis voel ik me uitgerust en opgefrist. Klaar voor de start. Tenminste, dat dacht ik toen ik vorige week mijn laptop openklapte om mijn werk op te pakken. Gek genoeg staarde ik vervolgens alleen maar naar mijn mailbox, scrolde ik lusteloos door actielijsten heen en verschoof ik zuchtend mapjes op mijn bureau. Het lukte niet. Ik kwam niet in de stemming en voelde mij er opgelaten en bezwaard over. Ik vond dat ik alle reden had om er - na al die vrije weken - met volle vaart tegenaan te gaan.

Ik dacht terug aan de maanden voor de vakantie. Wat zijn Ruud, Tanja en ik aan het knallen geweest. Het heeft ons bergen leuk werk, nieuwe opdrachtgevers en een veelbelovend perspectief opgeleverd. We hebben onszelf en onze doelstellingen overtroffen en resultaten geboekt die we nooit eerder realiseerden. Logisch dat er vakantie nodig was om op adem te komen. Dat is me prima gelukt in dat tentje aan het Italiaanse bergmeer. Waarom pak ik dan nu de draad niet op?

Gelukkig liet mijn agenda het - op het randje van de zomervakantie - nog even toe om wat te dralen en te aarzelen. Mijn agenda wel, maar ik niet. Ik zette mezelf meteen onder druk. Sprak mezelf teleurgesteld en geïrriteerd toe. In gedachten weliswaar, maar het werkte meteen. Het stressniveau nam vanzelf toe. Mijn hoofd raakte voller, mijn schouders stijver, mijn gezicht strakker. Het lukte om de mails stuk voor stuk af te handelen, telefoontjes te plegen en afspraken te maken. Ondertussen protesteerde mijn gevoel aan alle kanten. Ik werd er onrustig en gespannen van. Onzeker ook.

Na een paar werkdagen uitte ik het in de keuken van ons kantoor, toen ik koffie aan het maken was met Tanja. 'Ik weet niet wat ik heb Tan, maar ik kom er niet in', biechtte ik op. 'Ik kan me totaal niet focussen en ik begrijp er helemaal niets van. Ik kan me nergens toe zetten. Ik voel me er opgelaten onder. Schuldig ook naar jou en naar Ruud. Jullie hebben zo'n lekkere werkmodus te pakken en ik twijfel alleen maar en zie overal tegenop.'

'Dan mag je jezelf een compliment geven', zei Tanja droogjes, terwijl ze de melk terug in de koelkast zette. 'Huh....?'. Ik keek haar stomverbaasd aan. 'Wat bedoel je?'

Ze herinnerde mij eraan dat ik - in alle drukte voor de vakantie - had verzucht dat ik het zo jammer vond dat ik nooit eens ergens tegenop zag. Privé niet en op mijn werk niet. Een eiland verbouwen voor een event? Doen! Invallen voor een collega trainer in een overvolle werkweek? Doen! Ik barst altijd van de plannen en ideeën, zie voor me dat het lukt en zeg overal enthousiast ja op. Pas later realiseer ik me dan hoeveel energie het kost, waardoor ik flink moet buffelen en improviseren om alles gedaan te krijgen.

'Misschien is dit wel precies wat je nu nodig hebt' ,voegde Tanja er fijntjes aan toe.

Hoewel ik niet meteen begreep wat zij precies bedoelde, voelde ik het gek genoeg wel. De spanning vloeide uit mijn lijf. Pas in de auto op weg naar huis werd het me helder.

Mijn proces van opstarten na de vakantie is aan verandering en verbetering toe!

Het is de bedoeling dat ik aarzel en twijfel. Dat nare, onaangename gevoel helpt mij om de rem er nog even op te houden en op onderzoek uit te gaan. Net zolang tot ik op een dieper niveau voel wat ik te doen heb en waar ik mijn tijd en energie in wil stoppen.

Ik realiseer me dat ik er sinds mijn studententijd aan gewend ben dat na de zomervakantie mijn ratio de leiding neemt. Mijn hoofd vult agenda's, formuleert plannen, stelt doelen, maakt schema's en checklists en gaat verplichtingen aan. Vervolgens ren ik de rest van het jaar hard en enthousiast rond om alles te realiseren. Onder de druk die ik mezelf opleg kan ik pieken. Dit is mijn gebruikelijke en manier om in de actiemodus te komen. Het werkt al jaren en is uitermate effectief. Ik heb er veel mee weten te bereiken. En toch....

Is het de bedoeling dat ik het nu - op mijn 44e - omdraai? Dat in plaats van mijn ratio, mijn intuïtie de leiding neemt. Dat ik mijn gevoel bewuster volg en mijn energieniveau in het moment bepalend laat zijn voor wat en hoeveel ik doe.

Is het de bedoeling dat ik negeer wat mijn hoofd voor me in petto heeft en ga doen wat ik echt te doen heb in deze fase van mijn werk en van mijn leven. Dat ik afstem op een natuurlijker ritme - mijn bioritme, mijn hormooncyclus, het jaargetijde, de tijdgeest - dan het werkritme dat ik mezelf, geconditioneerd en wel, al jaren opleg.

Misschien heb ik daarom al maanden de uitspraak van Einstein op mijn werkkamer hangen: 'The intuitive mind is a sacred gift and the rational mind is a faithfull servant. We have created a society that honours te servant and has forgotten the gift'.

Het is me helder. Ik ga leren hoe ik 'the servant' kan laten bedienen en hoe ik 'the sacred gift' in ere kan herstellen.

De volgende ochtend begint mijn dag eens niet met mijn mail, maar met een meditatie. Even voelen hoe het met mijn lijf is en contact maken met wat er van binnen speelt. Ontdekken wat er van binnenuit naar buiten wil.

Ik zie haarscherp voor me waar de komende maanden echt over gaan. Expeditie Binnenstebuiten krijgt een vervolg en daarover zijn we met meer bedrijven in contact. Tientallen mensen die hun baan verliezen maken onze ontdekkingsreizen en hervinden zo hun eigen koers. De Edmund Hillary weken stromen vol, aangezien mensen er zo veel aan hebben en het zo bijdraagt aan hun geluk. Ons kernteam groeit, waardoor steeds meer mensen plezier hebben van de Binnenstebuiten aanpak. De samenwerking met directies van grote bedrijven en hun mobiliteitsbureaus intensiveert en we veranderen samen het denken en doen op het gebied van mobiliteit.

Het wordt me glashelder wat ik te doen heb en waar ik mee verder wil. Ik krijg zin om te schrijven, te studeren, inzichten te delen. En om daar tijd en ruimte voor vrij te maken.

Ik merk dat ik al mediterend weer contact heb gekregen met mijn dromen en ambities en dat alleen die verbinding ervaren mij al rust en vertrouwen geeft. Ik voel dat het goed is en dat het goed komt.

Ik voel dat ik alle tijd heb om te doen wat er werkelijk toe doet.

Miranda Valk

september 2014

Liefde op het eerste gezicht

Liefde op het eerste gezicht

Eind september reed ik door de stad na een gesprek met een coachklant, toen Thijs Vink mij belde. Thijs - oprichter en eigenaar van Changekitchen - is een eigenzinnige vakman met een frisse kijk op opleiden en op veranderen. We houden regelmatig intervisie met elkaar. Thijs was druk bezig om het NoSchoolToday!-programma te ontwikkelen, met een visie op leren waarvan hij dacht dat het mij wel zou aanspreken.

Thijs vroeg mij of ik zin had om het komende jaar, met een groep collega's, trainingen te geven op het gebied van Persoonlijke Ontwikkeling. Voor medewerkers Reisinformatie van NS.

Ik zei ja voor ik het wist. Zonder te weten wat Reisinformatie dan precies doet binnen NS. Ik had een beeld van mensen die op de stations aan de balie informatie verstrekken aan treinreizigers. Geen flauw benul had ik van omroepers, beeldschermen, treindienstleiders, posten, Infoplus en het OCCR. Geen idee van de complexiteit van Reisinformatie. Van de druk die er vanuit politiek en pers op staat om het steeds beter te organiseren en van de gigantische hoeveelheid treinen, goederen en reizigers die elke minuut door Nederland razen.

Wel kende ik Thijs, en zijn compagnon Barry Popma - die ook zou gaan trainen - al jaren en leek het me leuk nu ook met hen aan het werk te gaan. Mannen met humor en met hart voor hun klanten. Qua visie, intentie en vakmanschap zit ik met hen volledig op één lijn.

'Als zij vertrouwen in mij hebben, dan durf ik het aan', ging door me heen. Van de naam NoSchoolToday! werd ik meteen nieuwsgierig. Daar kon ik wel wat mee.

Verder is het - na 20 jaar werkervaring - helder voor mij dat ik niets liever doe dan bijdragen aan persoonlijke groei. Dat ik affiniteit heb met ingrijpende transities, waar mensen en bedrijven in deze tijd doorheen gaan. Dat ik graag 'achterstallig onderhoud pleeg' en mensen aandacht geef, die hun eigen ontwikkeling - en daarmee ook zichzelf - al tijden op een laag pitje hebben staan.

Dat ik in de kern meer coach dan trainer ben, nam ik maar voor lief... Als je A zegt, dan moet je ook B zeggen.

Dus dat werd zweten. Ik zou niet alleen flink wat trainingen geven, samen met Barry, John Naborn, Mark Goedings en Ruud van Wingerden. Ik zou er ook een boel ontwikkelen. Dankzij NS-ers Warry en Jeffrey, die ons relaxt en geduldig, een rondleiding gaven in Utrecht, had ik een beeld gekregen van die post en de mensen die daar werkten. Hoe zorgde ik er in hemelsnaam voor dat ik de juiste klik en aansluiting met hen zou maken. Ik zag op dat moment vooral hoe zij achterover in hun stoel zaten, ongeïnteresseerd naar me keken en niet op een training en op ons leken te wachten.

Met 'klotsende oksels' en een uitzonderlijk goede voorbereiding (dankjewel Ruud !) ging ik op 30 oktober naar mijn eerste training. Bewust Beïnvloeden in Spoor 6. Inmiddels heb ik 8 verschillende trainingen ontwikkeld. Variërend van Omgaan met Stress tot de Cirkel van Invloed en Collegiaal Coachen. Inmiddels heb ik 30 trainingsdagen doorgebracht op 10 verschillende locaties en heb ik een kleine 300 collega's mogen trainen. Hoewel ... sommige mensen maken er een persoonlijke groei & ontwikkeltraject van en volgen - gedreven als ze zijn - de hele NoSchoolToday! serie. Die kom ik steeds weer tegen. En andersom. Dus laten we zeggen dat ik op die 30 dagen zo'n 150 verschillende collega's heb leren kennen en mogen trainen.

Ik kan niet anders zeggen ... ik ben verliefd!

Op het reizen in de trein, met m'n volle rolkoffer. Op de blik achter de schermen van dit fascinerende bedrijf, waar ik achter elke deur nieuwe aspecten ontdek. Op de stoere manager Agathe Doornenbal die ondernemend, persoonlijk en vastberaden - met de nodige zelfspot en humor - gewetensvol richting en sturing geeft aan de ingrijpende veranderingen binnen Reisinformatie. Op Thijs, op zijn vernieuwende visie en zijn natuurijke gevoel voor co-creatie, draagvlak en samenwerking.

En bovenal ben ik verliefd geworden op de mensen die ik getraind heb!

Wat hebben zij een katten uit de boom gekeken bij mijn trainingen. En wat hebben zij zich desondanks snel opengesteld voor wat NoSchoolToday! te brengen en te bieden heeft. Er ontstond elke training opnieuw wederzijds vertrouwen, waardoor het contact open en eerlijk was en er goede gesprekken zijn gevoerd. De trainingen zijn top geworden, aangezien zij vanaf het begin zelf actief mee hebben gedaan. Ze hebben dilemma's, ideeën en ervaringen ingebracht. Ik heb quotes van hen gekregen - 'een vicieuze cirkel is eigenlijk een hele vieze cirkel' @Yarno - , boekentips, stenen, taart, muziek en bovenal ... inspirerende verhalen en sprekende voorbeelden. Petje af doorzetters, voor jullie veerkracht en lef en voor jullie vermogen om in de spiegel te kijken. Ik ben onder de indruk van de vele facetten die ik mocht zien.

Respect heb ik voor de bijzondere werkomstandigheden - de hoge pieken, de onderstress, de wisselende diensten - die veel van hen vragen. En voor hun eerlijkheid. ' Ik kom er nu achter dat ik al maanden op de slaapstand sta'. 'Ik realiseer me dat ik, als ik al iets zeg tegen mijn collega's, het al maanden bot en negatief is'.

Verrast ben ik door wat er ondernemen wordt buiten werktijd. Ik heb dichters ontmoet - dank voor je intrigerende bundel Ronald van Noorden - , kunstenaars, geschiedkundigen, spiritueel leraren in de dop, nagelstylistes, organisten, American Football coaches, schrijvers, sporters, modeontwerpers, verhalenvertellers, mantelzorgers ....

Een buiging maak ik voor hun moed en voor de uitdagingen die zij op hun levenspad tegenkomen. Een zieke partner, een kind met verslavingsproblemen, een slepende vechtscheiding, een chronische ziekte, het instorten van het bedrijf van je ouders, de ingeprente oordelen van opvoeders 'het wordt nooit wat met jou', het verlies van dierbaren, het overwinnen van jarenlang pestgedrag, financiële schulden, het onbegrip over ADHD, uitkomen voor niet gangbare levensstijlen, omgaan met de vooroordelen.

Ontzag heb ik voor hun dromen, die voorzichtig weer te voorschijn komen.

Een eigen vitaliteitsbedrijf. Opleider worden binnen NS. Een eigen coachpraktijk opstarten. Een leiderschapstraject volgen. Gezonder leven en eten. De directie ervan doordringen dat ik dan wel geen Nyenrode heb gedaan, maar verdomd veel verstand van ons vak. Door onmogelijke tests heenkomen en toch machinist worden. Verhuizen naar een ecologische woongemeenschap in Frankrijk. Een leukere samenwerking met het OCCR. De vrouwen in mijn team voor me winnen, zodat we samen het belang van de reiziger voorop stellen. De sfeer op de afdeling verbeteren. Solliciteren op het hoofdkantoor. Een topbaan bemachtigen en goed geld verdienen om voor mijn dochtertje te zorgen.

Het mooie is dat ik de afgelopen maanden een aantal van deze dromen heb zien verwezenlijken. Ik heb hen plannen zien maken en actie zien nemen. Studies worden opgepakt. Gesprekken gevoerd. Cursussen gedaan. Loopbaanadvies wordt ingewonnen. Grenzen worden aangegeven. Lijntjes worden uitgezet. Gelukkiger kun je mij niet maken! Ik zie al maanden dat er kwartjes vallen en dat mensen de regie pakken over hun eigen werk en leven. Dat zij in beweging komen en hun dromen - klein en groot - uit laten komen door te doen wat ze echt leuk vinden en hun talent weer ten volle in te zetten.

De verrassing zit van binnen, zeggen wij bij Binnenstebuiten. Voortaan maken we er: 'de verrassing zit bij NS' van!

Feestopstelling!

Soms overkomt het ons. Dat we ineens het briljante zien in iets dat spontaan met ons gedeeld wordt. Iets dat op het eerste gezicht niets met ons vak te maken heeft. Het veroorzaakt een ingeving, een opwelling. Er vormt zich een idee dat vraagt om opvolging, zodra we beseffen dat het effect heeft op het werkplezier van onze klanten.

Laatst overkwam het Miranda. Zij vertelt er tijdens onze kantoorlunch over. “Ik moet het even kwijt hoor, zo leuk weer. Mijn puberzoon komt thuis van de voetbaltraining. Met pretogen vertelt hij me over het voetbaltoernooi waar hij zo'n zin in heeft. Zijn trainer heeft hem en zijn teammaten uitgedaagd. Ze hebben de opdracht om voor het komende toernooi een feestopstelling te maken. Iedereen in het elftal mag daar zijn favoriete plek op het veld innemen.”

"Het effect", vertelt Miranda lachend, "is enorm!" "Ik zie hem stuiterend van enthousiasme door de kamer vliegen, om voor zichzelf de positie te vinden die hij het leukste vindt. Dan gaat het weer over de plek waar hij het beste tot zijn recht komt. Afgewisseld met de vraag vanuit welke plek hij zijn team het meest dient. Tussendoor vraagt hij zich af wat zijn teamgenoten de beste positie voor hem vinden. Stel je eens voor dat dat een heel andere plek is dan hij zelf het leukste vindt. Pfffff, het blijkt nog niet zo’n gemakkelijke opdracht te zijn.

Wat ik zie gebeuren is dat hij - blij met de ruimte die hij heeft gekregen - zorgeloos aan het fantaseren slaat. En dat er dan ineens een moment is waarop hij zich realiseert wat deze vrijheid betekent.... Zelf heeft hij twee favoriete posities en twijfelt hij zich suf. Zijn vrienden net zo. Het wordt het gesprek van de dag. Ze whatsappen en schuiven wat af. Het grappige is dat ze eindeloos en met veel lol bezig zijn zichzelf en elkaar te overtuigen om tot de ideale opstelling te komen. Ik hoor hoe ze elkaar helpen en bemoedigen. ‘Nee joh, dat kan jij juist wel, jij bent wel snel' en 'Zo, écht wel dat jij iemand kan passeren’."

“Wat ik zo frappant vind is dat ze de ideale combinaties met elkaar zoeken", gaat Miranda verder. "Als jij nu ..., dan ga ik ... Zo mooi om te zien dat zij ineens met een heel andere bril naar zichzelf, de anderen en de rollen die zij spelen op het veld kijken. Vanuit het besef en de daarmee gepaard gaande opwinding dat zij zo wel eens de toernooibeker kunnen veroveren.”

“En, …", vraag ik Miranda, "gaan ze winnen?” “Ach ja, dat zou natuurlijk een sprookje zijn. Een toernooi winnen, voor het eerst in hun voetbalgeschiedenis. Waarom ik het met je deel is omdat het mij aan het denken heeft gezet. Hoe vaak stellen wij onszelf en onze opdrachtgevers deze vraag? Hoe vaak dagen wij hen uit om hun feestopstelling bekend te maken?”

“Hm, dat is een goeie vraag…”, reageer ik bedachtzaam, “die vraag zou zomaar eens voor een bijzondere opbrengst kunnen zorgen”. In mijn gedachten schieten opdrachten voorbij, waarbij deze vraag de nodige beweging zou veroorzaken.

Enthousiaste vakidioten als we zijn praten we - nog lang nadat onze boterhammen op zijn - door hoe en waar we dit idee kunnen inzetten. Welke vragen kunnen directies en teams aan het ‘stuiteren’ te krijgen over hun eigen opstelling.

Wat als jij dit als leidinggevende aan zou durven? Wat als jij jezelf en jouw mensen vraagt naar hun favoriete rol en plek? Hun favoriete takenpakket? Wat als je jouw teamleden vraagt naar hun feestopstelling? Wat gebeurt er als je het gesprek met elkaar aan durft te gaan, vertrouwend op de fantasie en kracht van jouw mensen? Tot welk resultaat leidt dat dan? Welke ‘spelregels’ zijn er dan nodig?

Stel dat jij het met jouw team aandurft om - laten we zeggen voor een periode van 3 maanden - in een feestopstelling te werken....

Net als bij het voetbaltoernooi, kan het speelveld afgebakend worden. Net als in een voetbalteam kunnen de te kiezen rollen en posities vooraf helder gemaakt worden. Evenals de hoofdtaken die bij elke rol horen.

Wat zou het opleveren? Wie zou wat anders willen gaan doen? Wat zou er dan anders worden? Wat zou er beter en gemakkelijker gaan? Wat zou er vrijkomen aan lol en energie en daadkracht?

Inmiddels stuiter ik zelf van enthousiasme en besluit ik deze vragen te stellen aan een team waar we binnenkort mee aan de slag gaan. Een team dat de keuze al heeft gemaakt om aan hun ontwikkeling te werken en ‘kampioen’ te worden in hun vakgebied. In 2016 welteverstaan. Ik ben benieuwd of zij hun feestopstelling gaan inzetten om dat doel te behalen.

Ik zie uit naar de volgende kantoorlunch…

Ruud van Wingerden

januari 2014

Niet lullen maar vegen

Niet lullen, maar vegen

Gefascineerd door het thema transities bezoek ik een Rotterdams seminar van DRIFT, 'over 10 jaar transitiemanagement in Nederland'. Als altijd met een zucht naar inspiratie en met

'trage vragen' op zak. Vragen die mij en Ruud van binnen bezighouden en die ons helpen ontdekken welke rol wij willen en kunnen spelen op dit gebied.

Ik kijk mijn ogen uit naar de kleurrijke deelnemers; wetenschappers in de hogere transitiekunde, ambtenaren met een groen hart, ruimdenkende ondernemers en ... Bas Gehlen. Wij hebben iets gemeen op dit seminar; het geloof dat het zinvol is om te 'kantelen' in ons denken en in ons doen en zo bij te dragen aan de transitie waar Nederland doorheen gaat. Jan Rotmans, hoogleraar transitie & duurzaamheid, noemt ons daar met een brede glimlach 'De gelovigen van de Kantelkerk'.

Bas is aanwezig zonder het er dik bovenop te leggen. Een rustige, oplettende veertiger. Vriendelijk, luisterend, geïnteresseerd. Hoe krachtig is dat! Hij vertelt aanstekelijk over productiebedrijf Van Houtum, waar hij directeur is. Hoe in deze organisatie 'anders denken' een gewoonte is geworden. Ik begrijp, dankzij zijn rake voorbeelden, al snel dat dit bedrijf sinds de jaren zestig briljante oplossingen vindt, om duurzaam toiletartikelen te produceren. Ze winnen de ene internationale milieuprijs na de andere. Zo is het hen als enige organisatie op deze planeet (!) gelukt om WC papier volledig CO2 neutraal te produceren. Niks footprint. Cradle to cradle zijn ze, met vlag en wimpel. Niet lullen, maar vegen!

Hoe komt het dat het hen wél lukt?

Het komt van binnenuit

Bij Van Houtum hebben ze de passie voor het verduurzamen gemeen. Het is geen vraag meer óf zij het doen. De vraag die bij dit bedrijf - elke dag opnieuw - centraal staat is hóe zij het voor elkaar kunnen krijgen. Het is een bewuste, strategische keuze. Zij geloven dat deze cradle2cradle-benadering aan alle kanten waarde oplevert. People, planet én profit. Dat geloof zetten zij om in resultaten en in actie. Zij richten hun energie consequent op de vraag hoe het wel kan en steken partners in hun hele keten aan. Of deze partners er nu op zitten te wachten of niet...

Wit zwart denken

Een sprekend voorbeeld: 'Beste leverancier, wij produceren voortaan niet alleen het WC papier, maar ook de handdoekenkastjes CO2 neutraal. Wilt u ons laten weten hoe dat mogelijk is?' De leverancier reageert verbaasd en vol weerstand. Dat kan helemaal niet. Dat is onmogelijk. Van Houtum vraagt door. Uiteindelijk vinden ze - met elkaar - het antwoord: geen witte, maar zwarte kastjes die geheel van gerecycled plastic gemaakt worden. De leverancier ziet uiteindelijk ook de win-winsituatie en daagt met het volgende idee Van Houtum uit: 'Het is ons gelukt om jullie kastjes volledig te produceren van gerecycled plastic. Vanaf nu willen wij jullie plastic afvalstoffen gebruiken als grondstof voor de kastjes.' Het bespaart hem een flinke duit aan productiekosten.

Oplossingen vind je om de hoek

Voor de productie van hygiënische tissues is een berg 'oud papier' en water nodig. Tegenwoordig is - tot mijn grote verbazing - in Nederland nauwelijks aan oud papier te komen. Het wordt geëxporteerd naar China. En ik maar trouw oud papier inzamelen voor de voetbalclub... Om het papier vanuit China weer terug te brengen naar Nederland is een absurde, zeer milieubelastende oplossing. Dus buigt een creatief team bij Van Houtum zich over het probleem. Waar is papier een afvalproduct? Ze komen bij de bierbrouwerij 'om de hoek' uit. Voordat de brouwer de statiegeldflesjes opnieuw vult, worden ze gereinigd en de etiketten afgeweekt. Deze papierpulp, tot dit moment slechts een afvalproduct, is nu een basis ingrediënt dat rechtstreeks bij Van Houtum wordt aangeleverd.

De vraag stellen is het antwoord vinden

Voor hun productieproces is lijm nodig. Niet bepaald een milieuvriendelijke grondstof, dus wil Van Houtum lijm zonder footprint. Ze richtten zich tot de lijmfabriek. Geen kleine jongen. 'Wij willen lijm van jullie blijven afnemen, mits deze CO2 neutraal is.' 'Dat kan helemaal niet'; aldus de lijmfabriek. Ze stuurden hun experts op pad om milieuvriendelijke lijm te vinden en concludeerden dat het niet bestond.

'Dan zoeken we verder', was het antwoord van Bas. De lijmfabrikant reageerde verbaasd en verontwaardigd: 'Hoezo? Waar dan? Jullie willen iets dat niet bestaat. Iets dat onmogelijk is. Kom maar naar onze fabriek. Mijn experts laten jullie zien waarom het niet kan.' Geamuseerd en nieuwsgierig toog Bas met een team van chemici en techneuten naar Duitsland. Gewapend met dezelfde vraag: ' Hoe kan het wel?'

Daar verschoot een professor van kleur. Hij had iets over het hoofd gezien in zijn zoektocht naar lijm voor papiertoepassingen. 'Eh... ons fabriekje in Zwitserland produceert lijm voor sigaretten... die lijm mag geen gifstoffen bevatten... (best bijzonder als je bedenkt wat er allemaal wel in een sigaret mag zitten). Als we die lijm nu eens...'

De oplossing was daar. Sigarettenlijm voor toiletpapier.

Houd het leuk voor jezelf

Bes geeft me een heerlijk nuchtere, relativerende tip, als ik hem peinzend vraag wat wij met Binnenstebuiten kunnen doen om duurzamer te ondernemen: 'Stop je energie daar waar je resultaten kunt verwachten. Als een weg te moeizaam is, kies dan een andere. Zorg voor je eigen lol, je eigen werkplezier. Maak het niet te groot. Ga geen energie verspillen. Stop je tijd en aandacht in projecten waar je invloed op kunt uitoefenen. Groot denken - klein doen!'

Het hele bedrijf doet mee

De techneuten, het innovatieteam, de productiemedewerkers, ze hebben er lol in gekregen om oplossingen te verzinnen en obstakels uit de weg te ruimen. Bas nodigt me uit om het met mijn eigen ogen te gaan zien. 'Heb je daar wel tijd voor? Word jij niet om de haverklap lastig gevallen door nieuwsgierige mensen die de kunst komen afkijken?' vraag ik hem.

'Ik hoef het toch niet alleen te doen', is zijn droge antwoord. 'In onze organisatie geeft iedereen rondleidingen. Het verhaal is bekend bij elke medewerker. Wij denken daarbij altijd in win-winsituaties.' Ik kijk hem vragend aan.

'Hoe kan de rondleiding die wij jou geven ervoor zorgen dat jij en wij daar voordeel aan gaan beleven?'; antwoordt Bas.

Ik denk meteen aan een klant van mij - een productiebedrijf in drankbereiding - dat bevlogen bezig is om hun kwaliteitsproces te verbeteren. Wat zouden zij geïnspireerd raken van een bezoek aan Van Houtum. Hoe mooi zou het zijn als hun afgeweekte etiketten - die nu richting afvalberg gaan - bij Van Houtum aangeleverd worden ter productie van het WC papier. Stel dat in ruil daarvoor Van Houtum voor dit hele productiebedrijf en hun ketenpartners de toiletten voorziet van milieuvriendelijk toiletpapier. Stel dat de technici van Van Houten meedenken hoe het productieproces van deze klant minder milieubelastend ingericht kan worden...

Ik krijg zin om deze bedrijven met elkaar te verbinden. Een big smile verschijnt op mijn gezicht. Wat is het leuk om zo te denken. Zeker nu ik het ook nog ga doen!

Je voorsprong ligt in je oorsprong

Ik ontmoet hem op een plek die zo ongewoon en ongecompliceerd is dat je er blij van wordt; Lola Bikes & Coffee in Den Haag. Krullen, blauwe ogen, fietssleutel in zijn hand, het Iphone snoertje nog om z'n hals. Een gedreven dertiger met een heldere blik en een stevige pas. Tussen Lola's bikes en een Café macchiato ontspint zich een boeiend gesprek over transitie.

Directeur van een pretpark is hij geworden. Een droombaan, waarvoor hij het kind in zichzelf weer alle ruimte gaf. Het pretpark was niet meer helemaal van deze tijd. De medewerkers zetten zich elke dag met liefde in, maar droomden niet meer van een succesvolle toekomst. Aan hem de taak om er nieuw leven in te blazen, meer bezoekers te trekken, betere financiële resultaten te boeken. Met een bijzondere nevenopdracht; 'verander en verbeter, maar veroorzaak geen stakingen!'.

Knopen tellen was het. Het moment dat hij zijn toezichthouders ging vertellen dat hij het hele park op de schop moest nemen. Erop of eronder. Hij ging het op de manier doen waarin hij geloofde. Rigoureus. In één keer. Of niet.....

Hij mocht blijven. Ideeën werden uitgewerkt. Het park sloot de deuren en het bouwteam ging aan de slag. Een volledige jaaromzet had het pretpark nodig en een hele winter om de nieuwe plannen te realiseren. De parkmedewerkers - van de eerste schrik en weerstand bekomen - kwamen in beweging. Ze raakten hem met hun enorme betrokkenheid, hun passie voor hun werk, hun oog voor detail. 'Ik kan mezelf hier helemaal in kwijt', lieten ze hem, gebogen over hun projecten, weten. En hij raakte hen, met zijn passie en zijn frisse, vernieuwende kijk op hun geliefde park.

'Het was een kick om er samen de schouders onder te zetten, de energie te zien terugkeren, en de realiteit de plannen te zien ontstijgen. Het park, meter voor meter, opnieuw geboren te zien worden.' Een grotere kick was het om na de heropening de nieuwe bezoekers te zien toestromen. In de hele geschiedenis van het park kwam er geen jaar voor met een omzet, zo hoog als deze.'

Wat deed hem de afgelopen twee jaar volharden? Wat heeft hem geholpen vol te houden?

Geloof in jezelf

'Ik geloof in wat ik doe en ben enorm enthousiast. Ik bruis van de energie en steek anderen om me heen aan. Ik ben niet bang om risico te nemen, mijn nek uit te steken en zo anderen om me heen te triggeren en aan het denken te zetten.'

Fris in je hoofd

'Als je intensief en langdurig bezig bent met zo'n nieuwe uitdaging, is het belangrijk fris in je hoofd te blijven. Ik heb mensen om me heen met wie ik kan sparren en die me uitdagen en scherp houden. Mensen die me een ander perspectief geven, omdat ze in een andere wereld werken. Ik vind ze gek, grappig, slim, origineel, waardoor ze me energie geven. En ik stop tijd in allerlei bestuursrollen. Dat helpt me om - tussen andere bestuurders - te horen wat er in andere organisaties speelt. En van buitenaf naar mijn eigen park en plannen te blijven kijken.'

Terug naar je oorsprong

'Ik dreef afgelopen jaar steeds verder af van wat ik leuk vind en goed kan. Gevolg is dat ik minder goede besluiten begon te nemen. Minder in vorm was dus. Ik besefte dat ik van een afstand leiding geven helemaal niet zo leuk vind. Ik ben er te eigenwijs voor en de organisatie te klein. Het hielp ons niet, het vertraagde de boel alleen maar. Ik heb de lessen die ik in een corporate wereld geleerd heb, toegepast op een relatief kleine onderneming. Dat schuurde en knarste. Het was confronterend om dat onder ogen te zien. Daar heb ik verkeerde inschattingen gemaakt. Ik houd van mijn marketing vak en dat raakte steeds meer op de achtergrond. Ik vind het leuk me daar zelf mee bezig te houden en dat negeer ik nu niet meer. Dus heb ik ruimte gecreëerd om deze rol zelf weer op te pakken.'

Volharden en erbij blijven

'Ik vind het niet zo'n kunst om ergens naar binnen te rennen, de boel te veranderen en te verbeteren, snel grote resultaten te boeken en dan weer naar de volgende klus te rennen. Dat is inmiddels bekend terrein. Ik besef dat de uitdaging er voor mij in zit om te volharden. Me duurzaam te verbinden aan dit park. Nu de grote eerste beweging op gang gebracht is, de volgende golf met de mensen om me heen zien te realiseren. Niet alleen het optimale halen uit de parkmedewerkers, maar ook uit het stafteam. Daar komen hele andere kwaliteiten bij kijken.'

Nieuwe stippen op de horizon

De afgelopen twee jaar wilde hij de goede doelen kant van de organisatie in beweging krijgen. Patronen doorbreken. Ruimte maken voor onverwachte initiatieven. Zijn jarenlange marketingervaring inzetten, om de dynamiek te veranderen. Het was een taai proces. Hij liep tegen muren op en stortte soms net zo hard weer neer. Hij leerde van de fouten, wist grenzen te verleggen en bij te sturen. Nu is er wederzijds vertrouwen en inspiratie en zijn er verrassende openingen ontstaan. Daarop wil hij de komende jaren voortbouwen.

Hij heeft thema's bedacht om van de oorsprong van het park voorsprong te maken. 'Wij deden hier al aan maatschappelijk ondernemerschap voordat het woord was uitgevonden. Elke euro die het park omzet komt volledig terecht bij goede doelen!' Hij wil de goede doelen een gezicht geven en dichterbij de belangrijkste gasten van het park brengen; de kinderen zelf. In het park samen taarten bakken voor kinderen die anders hun verjaardag niet kunnen vieren. Zodat het tastbaar wordt voor elke bezoeker en we aan twee kanten kinderen blij maken.

'Het belangrijkste resultaat dat wij kunnen boeken is dat zowel binnen als buiten het park de ogen van kinderen gaan twinkelen. Het is toch fantastisch als we momenten voor ze creëren die voorgoed in het fotoboek van hun leven terecht komen.'

Zoals bij zoveel 'kantelaars' het geval is, kijkt deze directeur ver de toekomst in, bruist hij van de ideeen, ziet hij overal verbanden en mogelijkheden en heeft hij oog voor wat zijn omgeving nog niet altijd ziet. Hij heeft de mensen om zich heen wel voor zich te winnen en met zich mee te nemen. Dat is soms zwoegen, experimenteren en doorzetten. En al doende niet van je oorsprong afdwalen, maar er je voorsprong van blijven maken.

Elke dag een sigaar

Hij heeft zijn sporen al verdiend. Deze topbestuurder. Hij is er ontspannen onder. Kijkt met humor naar zichzelf en de wereld om hem heen. Uitnodigend, nieuwsgierig, met zelfspot. Iets wat wij zelden zien bij mannen die zich hoog op de apenrots bevinden.

We ontmoeten elkaar op de 24e etage van het Haagse World Trade Centre. Een imposant gebouw dat zich hoog en arrogant uitstrekt boven stad, zee en duinen. Zakelijker en formeler kan bijna niet. Lang en grijs stapt hij soepel de ontvangsthal binnen. Aan zijn hand bungelt een plastic tas van de Zeeman. Hij heeft geen aktetas en maatpak nodig om autoriteit uit te stralen.

Ik heb de opdracht hem voor te bereiden op een Meester-Gezel traject, waarin hij als ervaren bestuurder, bestuurders-in-wording gaat coachen. Ik glimlach in mezelf als ik hem de hand schud. Voel me ineens zo jong en pril. De seniore zestiger tegenover de coach van veertig. Wie gaat er in dit gesprek eigenlijk wat leren van wie?

Hij vertelt op zijn gemak zijn levensverhaal. Vervlecht daarin als vanzelfsprekend zijn werkende leven met zijn persoonlijke leven. 'Ik leer elke dag. Daar stop ik pas mee als ik tussen zes planken lig. En dan nog lijkt het me razend interessant om te ontdekken hoe dat nu eigenlijk werkt, dat doodgaan.' Wat mij opvalt is dat hij - opgegroeid in de jaren vijftig - zijn leven lang al zo autonoom en besluitvaardig is. Hij volgt zijn hart. Laat zich leiden door zijn intuïtie. Doet waar hij lol in heeft. Koerst op zijn innerlijk kompas.

Veel mensen die wij coachen hebben juist dáár zo'n moeite mee. Durven niet echt te kiezen en op zichzelf te vertrouwen. Want ja, wie ben ik eigenlijk? En als er zoveel opties zijn en zoveel om rekening mee te houden, hoe kom ik dan tot een keuze? Het dertigers-dilemma. "Wat is je geheim", vraag ik nieuwsgierig. "Wat heeft jou geholpen om van jongs af aan zo vrij en onafhankelijk richting aan je leven te geven?". Hij geeft me zijn drie pijlers.

"Elke dag een sigaar", zegt hij meteen met een grote glimlach. "Mijn vrouw heeft het niet zo op die stinkstokken en wil niet dat ik thuis rook. En ik ben er dol op. Dus rook ik mijn sigaar in de auto, op weg naar huis. En geniet ik al sinds mijn studententijd van mijn dagelijks reflectie-moment. Met het uitblazen van de rook, laat ik de dag aan me voorbij gaan. Wat heb ik meegemaakt? Waar heb ik lol in gehad? Wat is me gelukt? Waar ben ik trots op? Wat heeft vandaag opgeleverd? En .... wat ga ik morgen anders doen?"

"Richt je op je kracht", noemt hij als tweede pijler. "Ik laat me bij elke keuze die ik te maken heb, leiden door waar ik goed in ben, waar ik in geloof en waar ik plezier in heb. Dat heeft me energie en ruimte opgeleverd en me een hoop gedoe en kopzorgen bespaard. Ik heb mijn talent er des te beter door kunnen ontwikkelen. Wat ik niet kan of wat mij energie kost, heb ik altijd in de smiezen. Daar luister ik naar. Daardoor weet ik me altijd met mensen te omringen die daar juist hun kracht hebben liggen."

"Zie elke dag als een nieuw begin", zegt hij met een twinkel in zijn ogen. "Wat mijn vrijheid en onafhankelijkheid heeft vergroot, is dat ik de kunst van het loslaten en het delegeren versta. Of het nu gaat om grote of kleine dingen. Ik rond het bewust af. Vergaderingen. Projecten. Bestuursperiodes. Conflicten. Het begint ergens en ik zorg dat het ook ergens eindigt. Ik draag taken over, maak heldere afspraken, neem afscheid van mensen, ruim mijn spullen op en leeg mijn adressenboek. En dan laat ik het los. Zo houd ik ruimte vrij om bij mezelf te blijven en steeds met een fris hoofd en vol energie opnieuw te beginnen."

Ik kijk hem na als we afscheid genomen hebben en hij de lift instapt. Deze wijze, vitale Meester in het loslaten, die vrolijk op weg is naar een weekend met zijn dochters en kleinkinderen. Ik schat in dat hij ons gesprek alweer achter zich heeft gelaten, voordat de lift op de begane grond arriveert. Ik fiets stralend en vol inspiratie naar huis en bedenk me, dat ik deze ontmoeting en de inzichten uit dit gesprek nog even koester en deel, voor ik ze ga loslaten.

september 2013,

Miranda Valk